Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemaakt. Onder de baten is echter meer begrepen dan de ontvangsten, daaronder vallen ook vorderingen. Kan men nu in gebreke blijven vorderingen te verantwoorden? Alleen door ze te verzwijgen. Onder niet verantwoorden zal dus ook verzwijgen begrepen moeten zijn. Maar dan kan deze vorm van niet verantwoorden weder niet voorkomen wanneer het ontvangsten geldt. Immers het verzwijgen van ontvangsten is, omdat het niet kan samengaan met het opleveren er van, meer dan niet verantwoorden, en zon vallen onder het onttrekken van goed aan den boedel'). De uiterst sobere toelichting van art. 341 verklaart mot geen enkel woord waarom hier van de wet van 1837 is afgeweken. De reden moet wel zijn dat men verzwijgen van vorderingen heeft willen strafbaar stellen. Men heeft nu echter twee geheel verschillende dingen onder eene uitdrukking ondergebracht: het verzwijgen van het bestaan van vorderingen van den boedel en het niet behoorlijk rekenschap geven van het gebruik van ontvangsten.

Do gefailleerde die baten niet verantwoord of vorderingen niet opgegeven heeft kan alleen hij zijn die ze in zijne boeken niet heeft vermeld. Andere verantwoording en opgave luid hij toch vóór het faillissement niet te doen.

De beantwoording van de vraag wat verzwijgen of niet verantwoorden uitmaakt hangt te zamen met de verplichting van den gefailleerde tot opgave zooals ilie thans in art. 105 der Faillissementswet (vroeger in art. 798 Wetboek van koophandel) is omschreven. Die verplichting bestaat telkens wanneer hem inlichtingen gevraagd worden, en de gefailleerde kan niet, om aan de gevolgen eener niet-verantwoording' te ontkomen, alsnog opgave doen wanneer de misleiding ontdekt is; het misdrijf is dan ook niet eerst voltooid bij het einde van het faillissement maar bij het niet voldoen aan eiken eiscli om inlichting 2).

Nergens is den gefailleerde de verplichting opgelegd tot het doen van niet gevraagde opgaven; trouwens verzwijgen van hetgeen waarnaar niet gevraagd is kan bezwaarlijk als een nalaten van verantwoording beschouwd worden ■'>).

In art. 194 wordt eene strafbepaling aangetroffen met de onderhavige in zeker verband staande. Het voorname onderscheid tusschen lieide bepalingen bestaat in het alleen bij art. 341 gestelde vereischte van

!) De Hooge Raad heeft bij arrest van 12 November 1894, Wbl. 0577, P. v. J. 1894, no. 96, toegelaten dat hel ten eigenen bate aanwenden van ontvangsten met verzwijging er van niet-verantwoordcn genoemd wordt.

Hooge Raad 5 Mei 1890, WW. 5875, I'. v. J. 1890, no. 65.

s) (lok daarom is m. i. de bij liet voormelde arrest van 12 November 1894 door den Hoogen Raad aangenomene ijnalificatie minder jnist.

noyon, Hel Wctb. r. Slrafr. III, 2e druk. 15

Sluiten