Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om aan den boedel te kunnen worden onttrokken moet liet goed tot den boedel behooren. Deze waarheid heeft aanleiding gegeven tot de vraag of een gefailleerde die betaling van eene inschuld ontvangt en liet ontvangene niet aan den curator oplevert gezegd kan worden het geld aan den boedel te hebben onttrokken.

Met betrekking tot deze vraag wees de Hooge Raid een arrest dat niet zeer begrijpelijk is; daarbij wordt uitgemaakt dat de gefailleerde do aan den boedel verschuldigde gelden feitelijk kan innen al is hij daartoe niet bevoegd en al ontstaat er geene bevrijding voor den schuldenaar; maar tevens dat de zóo ontvangene gelden behooren tot de baten van den boedel, en, zoo ze niet aan den curator worden afgedragen, aan den boedel onttrokken worden ').

Maai' indien de gefailleerde niet bevoegd is te ontvangen en de betaling aan hem geene kwijting van de schuld aan den boedel is, dan kan de betaling het geld ook niet maken tot goed dat in den boedel komt noch tot eene bate van den boedel, die er immers geen recht op heeft; het zou dit eerst worden door overgave aan den curator; achterhouden van liet geld kan dus noch onttrekken van goed aan den boedel noch niet verantwoorden van eene bate van don boedel zijn.

Op een ander standpunt stelde zich het Gerechtshof te Leeuwarden, beslissende dat uit art. 770 Wetboek van koophandel (thans art. 23 der Faillissementswet) volgt de nietigheid alleen van die rechtshandelingen van den gefailleerde waardoor hij over zijne goederen zou beschikken en zijn vermogen zou kunnen verminderen, dat dus de betaling aan den gefailleerde dezen verplicht tot oplevering aan den curator 2). Ook deze beslissing komt mij minder juist vóór. De gefailleerde die van rechtswege de beschikking en het beheer over zijne goederen, resp. zijn tot het faillissement behooren(l vermogen, verliest mist ook de bevoegdheid tot het geven van kwijting en dus tot liet innen van gelden; de boedel is dus door de enkele betaling aan den gefailleerde niet gebaat, en de curator kan op nieuw invorderen tenzij hein het geld is afgedragen (zie art. 1421 Burgerlijk wetboek).

Intusschen bestaat er uit anderen hoofde eene verplichting tot overgave aan den curator; is de gefailleerde die onbevoegdelijk ontvangt (bevoegd zou hij zijn als houder van eene volmacht van den curator) en liet ontvangene achterhoudt niet strafbaar volgens art 341, hij

') Arrest van 12 November 1801, Wbl. G577, P. v. .T. 1804, no. 06. In het arrest wordt gezegd dat de gelden onder deze omstandigheden niet zijn verantwoord; m. i. min juist, zie aanteekening 2) Arrest van 28 Januari 1802, Wbl. 6201.

15*

Sluiten