Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoogd bedrag; dit laatste moet natuurlijk zijn te kwader trouw tegen beter weten, ofschoon de wet dit eigenlijk niet zegt tenzij men in het woord „verhoogd" minder een adjectief dan een deelwoord wil zien, dus met de beteekenis van „door hem verhoogd", wat uit den aard der zaak beter weten insluit.

Het feit wordt gepleegd bij de verificatie der schuldvorderingen. Dit was volkomen in overeenstemming met de bepalingen van het Wetboek van koophandel betreffende de verificatie welke op initiatief der schuldeischers ter vergadering gedaan werd. Door art. 110 en 121 der Faillissementswet is echter het zwaartepunt der bemoeiing van den schuldeischer verlegd; hij behoeft niet meer ter vergadering op te komen tenzij om bij betwisting van zijne vordering deze te beeedigen. Kan hij nu nog gezegd worden door de enkele indiening van zijne vordering bij den curator ze geheel of ten deele te hebben voorgewend bij de verificatie?

De woorden laten m. i. deze ruime interpretatie toe; er staat niet: in de verificatievergadering; de wetgever heeft dus bepaaldelijk het oog geslagen op de handeling die voor de verificatie noodig is en die ze voor zooveel den schuldeischer betreft ten gevolge heeft.

De vordering kan intusschen ook ter verificatievergadering nog een onderwerp van debat uitmaken ten gevolge van betwisting. Daarom is ook thans nog van beteekenis de bij arrest van den Hoogen Raad van 10 April 1893 l) besliste vraag in hoeverre de intrekking van de vowering of het terugbrengen tot het ware bedrag in het debat over de betwisting uitwerkt dat er geen misdrijf is.

In het bij dit arrest behandelde geval had een schuldeischer voor een hoogcr bedrag dan hem toekwam de verificatie gevraagd- de beslissing was uitgesteld tot eene volgende vergadering waarin' de vordering verminderd werd.

Op grond dat doen gelden, wat op zich zelf ook kan beteekenen • doen erkennen, wegens de door den wetgever bedoelde gelijkstelling met voorwenden beteekenen moet: voor eene schuldvordering op erkenning aanspraak maken, besliste de Hooge Raad dat bij rectificatie de aanspraak op het verhoogde bedrag door vrijwillig terugtrekken niet is blijven bestaan en dus het misdrijf niet voltooid is.

Do consequentie van deze leer is dat ook na verwijzing van het geschil naar don rechter hot misdrijf niet is voltooid zoolang de schuldeischer de onwaarheid zijner opgave nog erkennen kan, d. i. zoolang er in hot verificatieproces, in welke instantie ook, nog gelegenheid bestaat tot de waarheid terug te keeren.

Wbl. 6335, 1». v. J. 1803, no. .3(5; vgl. Wbl. 0284 eu Ö297.

Sluiten