Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

accoord, zonder beperking tot faillissement; het is dus ook voor zooveel mogelijk toepasselijk in geval van staat van kennelijk onvermogen i). Daartegen obsteert niet dat in art. 346 voor het eerst de staat van kennelijk onvermogen genoemd wordt, en strafbaar gesteld wordt eene reeks van handelingen, gepleegd door hem die in dien staat verkeert. Immers dat artikel draagt niet den stempel van de materie van het bedrog bij kennelijk onvermogen in haar geheel te behandelen, maar houdt slechts die bepalingen in welke eenen weerslag geven op die van art. 341—344 voor het geval van faillissement. Art. 345 staat daarbuiten en treft in zijne algemeenheid elk geval waarin een gerechtelijk accoord kan worden aangeboden.

In de Memorie van toelichting op de wet tot invoering der Faillissementswet wordt gezegd dat het eerste lid van art. 345 op kennelijk onvermogen zoowel als op faillissement toepasselijk is; of de steller der memorie ook aan het tweede lid dezelfde uitgebreide toepasselijkheid hoeft toegekend blijkt niet; in elk geval mag zij er niet aan ontzegd worden alleen omdat in dat lid gesproken wordt van gefailleerde vennootschap enz.; eene vennootschap kon toch niet in staat van kennelijk onvermogen gesteld worden (vgl. art. 882 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering met art. 765 Wetboek van koophandel); voor de vraag naar do toepasselijkheid op den individueelen schuldenaar kan die uitdrukking dus geene beteekenis hebben.

10. Voor de beantwoording van de vraag of de mogelijkheid van poging uitgesloten wordt doordien de strafbaarheid afhankelijk wordt gesteld van eene latere omstandigheid, de aanneming van het accoord, gelden de beginselen, vermeld in aanteekening 4 op art. 340.

11. Voor de bijkomende straf zie art. 349.

Artikel 346.

Hij die in staat van kenlijk onvermogen is verklaard of, zonder koopman te zijn, in staat van faillissement is verklaard, of tot gerechtelijken boedelafstand is toegelaten, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en zes maanden, indien hij, ter bedrieglijke verkorting van de rechten zijner schuldeischers, hetzij lasten verdicht heeft of verdicht, hetzij haten niet verantwoord

1) De toepasselijkheid is thans beperkt tot het zeker zeldzame geval dat in eenen nog niet opgehevenen staat van kennelijk onvermogen eene overeenkomst wordt of binnen den verjaringstermijn is aangenomen met een aceoord als gevolg.

Sluiten