Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wegmaken is de handeling ten gevolge waarvan eetiig goed zonder vernield of op zieh zelf onbruikbaar gemaakt te worden óf niet meer liestaat öf voor den rechthebbende niet meer te verkrijgen is; als voorbeeld werd door de Commissie van Rapporteurs uit de Tweede Kamer, die het woord in het artikel opgenomen wenschte te zien, aangehaald het laten wegvliegen van eens anders vogels.

2. Vernielen, beschadigen, onbruikbaar maken, komt in het wetboek onder verschillende vormen en benamingen herhaaldelijk vóór. Somtijds zijn er afzonderlijke bepalingen voor gemaakt, hetzij alleen omdat men het strenger wilde straffen, art. 351 en 352, hetzij omdat de aard der voorwerpen of de persoon des daders ook de classificatie van het misdrijf bepaalt, ook al is het in de materieele elementen niet onderscheiden van dat van art. 350; zóo in art. 187, 200 en 361; 201, 373 en 374; 4081).

Tusschen de misdrijven van die artikelen en die van art. 350 kan nimmer concursus bestaan. Daarentegen zijn er andere die, zoo er een bejiaald element aan ontbreekt, onder art. 350 vallen; zóo de gemeen gevaar opleverende misdrijven die als zoodanig slechts gestraft worden wegens het gevaar dat er van te duchten is, maar bij afwezigheid daarvan als vernieling of beschadiging kunnen worden aangemerkt (art. 157, 158, 161, 162, 166, 168, 170); zóo ook de brandstichting, enz. van art. 328, die beschadiging of vernieling kan zijn voor zoover niet het oogmerk tot bevoordeeling ten nadeele van den verzekeraar of den houder van eenen bodemerijbrief bestaat.

Eén misdrijf is er dat afzonderlijk gestraft wordt ook wanneer een der elementen van de vernieling of beschadiging van art. 350, het toebehooren van het goed aan een ander, ontbreekt, nl. het vernielen of beschadigen van een gedenkteeken op eene begraafplaats; zie aanteekening 4 op art. 149.

Eindelijk is er nog een misdrijf, benevens eene overtreding, welke van de bij art. 350 voorziene feiten onderscheiden zijn door het opzet. Men kan een dier beschadigen door het te mishandelen; of dan art. 350 dan wel art. 254 toepasselijk is hangt van liet opzet af; evenzoo kan straatschenderij, art. 424, beschadiging of vernieling ten gevolge hebben al is dat niet een element der overtreding. Voor toepassing van art. 350 nu is noodig dat het opzet bepaaldelijk op het vernielen enz. gericht is. Zóo besliste de Hooge Raad herhaaldelijk, inzonderheid

1) Iïij deze misdrijven behalve die van art. 187 en 408 is trouwens niet uitdrukkelijk vereischt dat de daad wederrechtelijk gepleegd zij, omdat dit in den aard der misdrijven reeds opgesloten ligt.

Sluiten