Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gebouw, zie aanteekening 2 op art. 170; vaartuig, zie aanteekening 1 op art. 86.

2. In den eersten tekst stonden de woorden „opzettelijk en wederrechtelijk" tusschen „toebehoort" en „vernielt."

De Commissie van Rapporteurs uit de Tweede Kamer deed opmerken dat hij die het feit pleegt moet weten, om strafwaardig te zijn (lees: om de zwaardere straf te kunnen beloopen) dat het gebouw of het vaartuig geheel of teil deele aan een ander toebehoort; ten gevolge van hare opmerking werden de bedoelde woorden verplaatst.

Artikel 353.

De bepaling van artikel 310 is op de in dezen titel omschreven misdrijven van toepassing.

Degene tegen wien het misdrijf gepleegd wordt kan in het algemeen alleen do eigenaar van het goed zijn, dat wederrechtelijk wordt vernield , beschadigd, onbruikbaar gemaakt of weggemaakt.

Ten onrechte is het artikel ook toepasselijk op het misdrijf van art. 351. De ratio van de daar bepaalde strafverhooging is het groote belang van bescherming van werken, enz. ten algemeenen nutte gebezigd; daarmede is in strijd dat «le eigenaar van het vernielde het in zijne macht kan hebben dat het misdrijf aan het ten algemeenen nutte gebezigde gepleegd onvervolgd blijft.

De opmerking werd bij de beraadslagingen in de Tweede Kamer reeds gemaakt door den heer van de Werk. De Minister van justitie beantwoordde ze met eene tweeledige onjuistheid. Hij deed het voorkomen of door den interpellant het misdrijf van art. 351 als een gemeen gevaar opleverend misdrijf was voorgesteld, en trachtte toen te weerleggen wat niet gezegd was: er was met juistheid gesproken van misdrijf tegen een ten algemeenen nutte gebezigd voorwerp. In de tweede plaats stelde hij de vraag wat men dan wilde in geval de eigenaar het misdrijf pleegt, en waarom, indien ten aanzien van den eigenaar geene straf is gesteld, men dan bijv. zijnen zoon wel wilde treffen, maar vergat dat art. 351 onder bepaalde omstandigheden juist wel den eigenaar treft, aanteekening 6 op dat artikel. Jammer genoeg bleven deze onjuistheden onopgemerkt, en bleef ten gevolge van het artikel eene leemte bestaan.

Sluiten