Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belast als de gevangenisbeambte die te zorgen heeft dat de gevangene opgesloten blijft.

3. Ambtenaar, zie aanteekening 9 op art. 28—31, en art. 84. Zie overigens de aanteekeningen op art. 191.

4. Voor de bijkomende straf zie art. 29.

Artikel 368.

Met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren wordt gestraft:

ln. de ambtenaar, mei bet opsporen van strafbare feiten belast, die opzettelijk niet voldoet aan de vordering om van eene wederrechtelijke vrijbeidsrooving te doen blijken of daarvan aan de hoogere macht opzettelijk niet onverwijld kennis geeft;

2". de ambtenaar die, na in de uitoefening van zijne bediening kennis te hebben bekomen dat iemand op onwettige wijze van de vrijheid is beroofd, opzettelijk nalaat daarvan onverwijld kennis te geven aan een ambtenaar met liet opsporen van strafbare feiten belast.

De ambtenaar aan wiens schuld eenig in dit artikel omschreven verzuim te wijten is, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.

1. De bepaling van 110. 1 van dit artikel is blijkens de Memorie van toelichting in hoofdzaak overgenomen uit art. 119 Code pénal en zal dus behoudens de gemaakte afwijkingen evenals dat artikel moeten worden uitgelegd.

Daaruit volgt dat de vordering waarvan hier gesproken wordt niet is eene ambtelijke vordering maar elke. door wien ook aan den ambtenaar gedane eisch. In art. 119 toch was het woord réquisition van den oorspronkelijken tekst vervangen door réclamation légale, juist opdat aan het artikel eene zoo uitgebreid mogelijke werking zou worden verzekerd. Ei- is niet meer bepaaldelijk uitgedrukt dat de vordering eene wettige moet zijn; aan eene onwettige vordering mag trouwens de ambtenaar geen gevolg geven.

De vordering om te doen blijken komt echter eigenlijk aan niemand

Sluiten