Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

openbare instelling van vervoer toevertrouwden brief, briefkaart, stuk of pakket , of een telegraphisch bericht dal zich in handen bevindt van eenen ambtenaar der telegraphie of van andere personen belast met den dienst van eene ten algemeenen nutte gebezigde telegraafinrichting, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.

1. I)e ambtenaar is strafbaar die met overschrijding van zijne bevoegdheid een der hier bedoelde stukken zich doet overleggen of iu beslag neemt.

De Raad van State deed opmerken dat het artikel, zoolang do bevoegdheid tot inbeslagneming van brieven, telegrammen enz. nergens uitdrukkelijk gegeven en in hot algemeen niet geregeld is, de justitie zeer zal belemmeren in het opsporen en instrueeren van misdrijven. De Minister van justitie opende in zijn rapport aan den Koning hot uitzicht op eene regeling bij de voor de invoering van het wetboeknoodzakelijke wijziging van liet Wetboek van strafvordering.

Maar toon bij do behandeling van de wijzigingswet aan do gedane toezegging herinnerd werd, verklaarde de toenmalige Minister hot onderwerp, waarvan hij al het gewicht erkende, te zullen tor hand nemen zoodra liet invoeringswerk zou zijn afgeloopen. Daarbij bleef het tot nu toe.

Artikel 23 der wet op de brievenposterij van 15 April 1891, Stbl. 87, verbiedt in verband met art. 159 dor Grondwet elk beslag op stukken aan do zorg der posterijen toevertrouwd, behoudens do gevallen bij de wet omschreven. Bij gebreke van zoodanige voorschriften is elko inbeslagneming verboden. Hot vorliod van art. 23 geldt blijkens art. 28 niet in geval van overtredingen van de Postwet zelve.

\ oor telegrafische berichten is een dergelijk verbod niet geschreven: daarop zullen dus de bepalingen van liet Wetboek van strafvordering toepasselijk zijn.

2. Nevens het inbeslagnemen is hier genoemd zich doen overleggen; onder do strafbepaling valt dus ook de daad van den ambtenaar die van de post of eene telegraafinrichting uitlevering vordert zonder zelf zich onder de betrokkene personen van de stukken meester te maken.

3. Ambtenaar, zie aanteekening 9 op art. 29—31, en art. 84. Over de vraag- of de ambtenaar met opzet zijne bevoegdheid overschreden moet hebben, zie aanteekening 4 op art. 370.

NOYON, Het Wetb. v. Strafr. III, 2e druk. 19

Sluiten