Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7. Voor de bijkomende straf, voor zooveel betreft de toeëigening van een in het tweede lid bedoeld stuk of voorwerp, zie art. 380, en overigens art. 29.

Artikel 374.

De ambtenaar der telegraphie of eenig ander persoon belast met het toezicht op of met den dienst van eene ten algemeenen natte gebezigde telegraafinrichling, wordt gestraft: 1°. met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en zes maanden, indien 11ij den inhoud van een aan de telegraphie of aan zoodanige inrichting toevertrouwd bericht opzettelijk en wederrechtelijk aan een ander bekendmaakt, of een telegram opzettelijk en wederrechtelijk opent, daarvan inzage neemt of den inhoud aan een ander bekendmaakt;

2°. met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren, indien hij een aan de telegraphie of aan zoodanige inrichting toevertrouwd bericht of een telegram opzettelijk aan een ander dan den rechthebbende afgeeft, vernietigt, wegmaakt, zich toeeigent of den inhoud wijzigt.

1. Over de hier bedoelde ambtenaren en personen zie aanteekening 5 op art. 371.

Volgens art. 18 der wet van 11 Januari 1904, Stbl. 7, is de bepaling ook toepasselijk op telefoon en telefonie.

2. Op den besteller die een hem bij vergissing open ter hand gesteld telegram leest is de strafbepaling mede toepasselijk; hem is de bevoegdheid tot kennisneming onttrokken, al is tot de kennisneming zelve hem feitelijk gelegenheid gegeven.

Over inzage nemen zie verder aanteekening 2 op art. 372.

Terughouden is hier vergeten, zie aanteekening 3 op art. 373.

3. Onder meer is hier strafbaar gesteld hij die den inhoud van een toevertrouwd bericht of van een telegram aan een ander bekend maakt. Onder „een ander" is ieder begrepen wiens funetiën hem niet met den inhoud der telegrafische berichten en telegrammen in aanraking brengen, dus ook die ambtenaren aan wie de telegrammen ter bestelling worden overgegeven.

Sluiten