Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 377.

De ambtenaar van het muntwezen, behalve de muntmeester, ui' de ambtenaar van tien waarborg die handel drijft in edele metalen ui' daarvan vervaardigde voorwerpen, ut' opzettelijk aan zoodanigen handel middellijk ol' onmiddellijk deelneemt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste twaalfhonderd gulden.

1. Over deelneming zie aanteekening 1 op art. 274, over den omvang van het opzet aanteekening 4 op art. 376.

2. Voor de bijkomende straf zie art. 29.

Artikel 378.

De ambtenaar van den waarborg die een te zijnen kantore aangeboden goud- of zilverwerk afdrukt ol natrekt ot daarvan eene beschrijving geeft aan een ander dan die van ambtswege Itevoegd is haar te vorderen, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.

1. Het ware wellicht wensclielijk geweest dat hier uitdrukkelijk van een bepaald oogmerk bij den ambtenaar gesproken was.

Men heeft blijkbaar bedoeld te straffen den ambtenaar die een ander — eenen concurrent — in de gelegenheid wil stellen den vorm of de bijzondere versierselen van eenig gouden of zilveren voorwerp na te maken.

Maar nu rijst et twijfel of de ambtenaar die door onachtzaamheid bij do behandeling van het voorwerp eenen afdruk maakt of den omtrek er van op een papier zichtbaar maakt, of die, geheel zonder eenige bedoeling tot benadeeling, bij een gesprek over kunstvormen zich vergeet door een voorwerp dat hij in handen heeft of gehad heeft te beschrijven, reeds strafbaar is wegens dit enkele feit. Ik zou afdrukken, natrekken, beschrijving geven wegens de blijkbare bedoeling willen opvatten als opzettelijk gepleegde handeling, ook omdat het artikel de reproductie is van art. 27 der wet op den waarborg (18 September 1852, Stbl. 78) waar de hier strafbaar gestelde feiten den ambtenaar worden verboden.

2. Voor de bijkomende straf zie art. 29.

Sluiten