Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TITEL XXIX.

SCHEEPVAARTMISDRIJVEN.

Artikel 381.

Als schuldig aan zeeroof wordt gestraft: 1°. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren, hij die als schipper dienst neemt of dienst doet op een vaartuig, wetende dat hel bestemd is of het gebruikende om in open zee daden van geweld te plegen tegen andere vaartuigen of tegen zich daarop bevindende personen of goederen, zonder door eene oorlogvoerende mogendheid daartoe le zijn gemachtigd of tot de oorlogsmarine eener erkende mogendheid te behooren;

'2°. met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren, bij die, bekend met deze bestemming of dit gebruik, als schepeling dienst neemt op zoodanig vaartuig of vrijwillig in dienst blijft na daarmede bekend te zijn geworden.

Met het gemis van machtiging wordt gelijkgesteld het overschrijden van de machtiging alsmede het voorzien zijn van machtigingen afkomstig van tegen elkander oorlogvoerende mogendheden.

Art. SI blijft buiten toepassing.

1. Men den naam zeeroof wordt hier bestempeld een misdrijf dat noch in roof bestaat noch ter zee behoeft gepleegd te worden, als voltooid zijnde door het enkele dienst nemen of dienst doen op een vaartuig dat tot het plegen van zeeroof bestemd is of gebruikt wordt, en met wetenschap daaromtrent.

In den regel zullen zeeroovers gevat en terechtgesteld worden nadat zij daden van roof — daden van geweld zooals art. 381 zegt — gepleegd zullen hebben, en dus de schipper nadat hij zijn vaartuig voor die daden gebruikt heeft, de schepeling nadat hij het vaartuig daartoe heeft zien gebruiken.

Maar reeds het dienst nemen op een vaartuig met wetenschap omtrent de bestemming valt in de termen van het artikel. Eigenlijk wordt hier (lus eene soort van samenspanning tot zeeroof strafbaar gesteld. Vgl. aanteekening 2 op art. 8.r».

Sluiten