Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wetgever heeft met de machtiging zeker den kaperbrief bedoeld, maar hij spreekt dan toch van eene machtiging zonder eenige beperking, en van den houder mag niet verlangd worden eene juiste opvatting van de volkenrechtelijke waarde van den brief tegenover de woorden der wet die hem door het enkele hebben der machtiging buiten toepassing van de bepalingen op zeeroof stellen.

Niet vrij van begripsverwarring schijnt mij op dit punt het Regeeringsantwoord in het verslag der Tweede Kamer op art. 388, in welk verslag op de bovengenoemde onvolledigheid van art. 381 gewezen werd.

De Minister zegt daar: „Hij die met machtiging der Regeering een „kaperbrief van eene vreemde mogendheid aanneemt, en vervolgens „geweld pleegt tegen Nederlandsche schepen, valt ongetwijfeld in de „tgrinen van dit artikel, als overschrijdende de hem verleende machtiging. Daartoe is het niet noodig, gelijk de Commissie onderstelt, „dat in dit feit bij de brieven speciaal voorzien zij. De machtiging „eencr Regeering kan nimmer beteekenen dat zij de schepen harer „eigene nationaliteit goeden prijs verklaart en strafbaar zijn alle daden „van geweld gepleegd zonder daartoe te zijn gemachtigd" i).

De vergunning van art. 388 (hier machtiging genoemd) is toch iets anders dan de machtiging van art. 381; zij strekt juist om het aannemen van die machtiging door den Nederlander te sanctioneeren. Nu zal de Nederlandsche regeering voorzeker die sanctie niet verleenen wanneer niet alleen Nederlandsche schepen maar ook die van andere niet-belligerenten niet zijn gevrijwaard voor neming, maar daarmede is alleen gezegd dat hij die de vergunning niet ontving zich aan overtreding van art. 388 schuldig maakt, geenszins dat hot ontbreken der vergunning het ontbreken der machtiging van art. 381 medebrengt, noch dat beperking in de vergunning handelingen met haar in strijd zoude kunnen maken tot handelingen gepleegd met overschrijding van de machtiging. De machtiging bestaat onafhankelijk van de vergunning welke met de toepassing van art. 381 niets te maken heelt. De Commissie van Rapporteurs zag' dus juist toen zij voorziening wenschte in het geval dat de houder van oenen kaperbrief met vergunning van de Nederlandsche regeering tegen Nederlandsche schepen daden van geweld pleegt, en had haren wenscli kunnen uitbreiden tot het geval dat die daden gepleegd worden tegen niet-oorlogvoerende partijen in het algemeen.

5. Daden van geweld, zie aanteekening 5) op art. 81.

0. Voor de bijkomende straf zie art. 415.

I) Smult III, eerste druk 103, tweede druk 105.

Sluiten