Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waartoe hij zich verbonden heeft niet medemaakt, niet iiij die door zoodanig feit een contract breekt Aangenomen al dat een niet nagekomen contract dat tot onderscheidene piaestatiën verplicht niet op nieuw verbroken zou kunnen worden, heeft men hier dus eenvoudig te vragen hoevele malen tegen het contract gezondigd is. Niets belet toch den schepeling, al is hij eenmaal gedeserteerd, zich tot het medemaken der volgende reizen weder aan te melden, en eene eenmaal gepleegde desertie geeft hem niet het recht zich van zijne verplichtingen ontslagen te rekenen.

Mocht de schipper meenen het recht te hebben (en dit recht zou ik niet willen betwisten) hem als hij zich aanmeldt niet weder aan te nemen, dan zou het wederrechtelijke van het niet medemaken deireis vervallen. Er is dan ook niet éene handeling, maar zoovele als er reizen verzuimd worden.

4. De eigenaardige constructie van liet misdrijf (niet medemaken van eene reis) doet de vraag ontstaan wanneer het gepleegd wordt, op het oogenblik waarop de reis zonder den deserteur aangevangen (in het geval van art. 392 voortgezet) wordt dan wel tijdens den geheelen duur (resp. verderen duur), zoodat er een voortdurend misdrijf zou zijn. De beantwoording van de vraag hangt samen met die van deze andere, of een schepeling, gedurende de reis nog gelegenheid vindende aan boord te komen, gezegd kan worden de reis niet mede te maken. Deze laatste moet m. i. bevestigend beantwoord worden. AVie niet mede afvaart mist een gedeelte der reis en maakt dus de reis als geheel niet mede; wie onder weg deserteert, maakt minst genomen eene gaping in het vorder medemaken van de reis, en maakt ze dus ook niet verder mede. Hieruit volgt dat het misdrijf voltooid is zoodra de onmogelijkheid tot oogenblikkelijke voldoening aan de verbintenis geschapen is.

5. Opzettelijk en wederrechtelijk, zie deel I, bladz. 10.

in de Tweede Kamer is door den heer van de Werk eene pogin«' gedaan tot herstel van de lezing der wet van 1356, strafbaarstelling dus van hem die door eigene schuld de reis niet medemaakt, hoofdzakelijk omdat het bewijs van het wegloopen of het achterblijven gemakkelijk, van het opzet tot het zich onttrekken aan de verbintenis bijna niet te leveren is. De Minister van justitie was echter niet genegen aan het verlangen toe te geven daar hij enkele schuld niet genoegzaam achtte voor de strafbaarheid.

De wederrechtelijkheid moet beoordeeld worden naar de bepalingen der overeenkomst in verband met die van het Wetboek van koophandel, bepaaldelijk daarvan art. 440 en 441. In het bijzonder zal de schepe-

Sluiten