Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 392.

Wordt gestraft, als schuldig aan desertie gedurende de reis:

1". met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar, de schepeling die opzettelijk en wederrechtelijk eene reis, waarvoor hij zich op een Nederlandsch schip verhouden heeft, niet verder medemaakt; 2°. met gevangenisstraf van ten hoogste eene maand, de schepeling die opzettelijk en wederrechtelijk eene reis, waarvoor hij zich op een Nederlandsch zeevisschersvaartuig verbonden heeft, niet verder medemaakt.

1. Keis is hier het feitelijke begrip; de reis liegint met het vertrek \an het vaartuig naar zee, en eindigt met het binnenloopen in de bestemmingshaven. Al wat daartnsschen ligt is reis, daaronder begrepen het aandoen van tusschenhavens of noodhavens en het verblijf aldaar : evenzoo het verblijf in de bestemmingsplaats der heenreis, wanneer de schepeling zich verbonden heeft voor uitreis en thuisreis. Deze \oimen toch gezamenlijk de reis, elke is er slechts een gedeelte van. Splitsing in twee, zóo dat desertie na de uitreis en vóór de thuisreis onder art. 391 zou vallen l), ware ook volkomen in strijd met de strafposities. Desertie gedurende de reis wordt zwaarder gestraft dan desertie vóór de reis omdat zij schip en overblijvende bemanning blootstelt aan de gevaren die het onvoldoende der bemanning medebrengt bij de noodzakelijkheid van voortzetting der reis. Dat gevaar nu is even groot in eene vreemde haven van waar het schip naar huis terugkeert als in eene haven die in het voorbijgaan wordt aangedaan. Wanneer een schip vaart via Rio naar New-York en van daar rechtstreeks op Nederland terug, maakt het hoegenaamd geen onderscheid of de schepeling in de eerste of de tweede der heide havens deserteert.

2. \oor de strafbaarheid van den scheepsofficier zie art. 401.

3. Zie verder de aanteekeningen op art. 391.

!) Zóo Polenaar en Heemskerk, aanteekening 1.

Sluiten