Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Enkele dienstweigering door den schepeling van een Nederlandsch schip is geen misdrijf, maar alleen volgens art. 9 der wet op de huishouding en tucht op koopvaardijschepen disciplinair strafbaar. De voorwaarde voor strafbaarheid naar art. 399 is dat de schepeling, disciplinair gestraft zijnde, bij zijne dienstweigering volhardt. Er is dus geene sprake van eene herhaling van dienstweigering die ook alleen disciplinair strafbaar is, maar van dezelfde weigering die reeds tot toepassing van de tuchtwet aanleiding gaf. Geldt het dus de weigering van eene bepaalde verrichting dan is elke nieuwe weigering, mits niet voorafgegaan door het doen van de verlangde verrichting, volharding bij de vroegere, evenals wanneer er weigering van allen dienst bestaat; het weigeren van eene andere dan de vroeger geweigerde verrichting is daarentegen een nieuw feit dat weder alleen tot het opleggen van disciplinaire straf aanleiding kan geven, tenzij zij uit hetzelfde besluit als de vorige mocht voortkomen.

3. In het algemeen heeft de rechter voor toepassing van no. 1 van dit artikel eenvoudig te vragen of er wegens dienstweigering disciplinair gestraft is, en hij kan geen debat toelaten over de vraag in hoeverre de schipper ongelijk had in het opleggen van straf in verband met den dienst die gevorderd werd. Voldoen aan de bevelen van den meerdere ten opzichte van den dienst is eene eerste verplichting van den schepeling, en elke weigering daaromtrent is dienstweigering en als zoodanig strafbaar. Echter zal de rechter wel hebben te beoordeelen of hetgeen als dienstweigering disciplinair gestraft is wel inderdaad zoo genoemd kan worden; immers hij moet oordeel vellen over de telastgelegde volharding bij de dienstweigering, dus beslissen dat er volhard is en dat hetgeen waarbij volhard werd als weigering kan worden beschouwd van iets dat als dienstverrichting kon gevorderd worden.

Terwijl tegen den schipper alleen verliaal is wegens eene opgelegde maar nog niet uitgevoerde straf (de inhouding van gage, art. 17 der Tuchtwet), en het opleggen van vrijheidstraffen alleen aanleiding kan geven tot vervolging van den schipper maar de uitvoering van die straffen niet kan worden voorkomen (art. 18 ibidem), zal wegens dienstweigering als misdrijf het oordeel van den rechter voor dat van den schipper in de plaats treden.

4. Dienstweigering door den schepeling van een zeevisschersvaartuig, mits gepleegd gedurende de reis, is op zich zelve strafbaar gesteld omdat art. 9 der Tuchtwet op zoodanige vaartuigen niet toepasselijk is en wegens hunne inlichting en de geringheid der beman-

Sluiten