Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ning bezwaarlijk toegepast zou kunnen worden; daarentegen is hier ook opleggen van eene geldboete mogelijk gemaakt.

Hier is dus elke weigering een zelfstandig misdrijf, onverschillig of zij met eene voorafgaande in zoodanig verband staat dat zij eene volharding bij die vroegere genoemd kan worden.

5. Schepeling, zie aanteekening 3 op art. 85 en 2 op art. 393; Nederlandsch schip, zie aanteekening 2 op art. 86; zeevisschersvaartuig, aanteekening 4 op art. 390.

6. Over de strafbaarheid van den scheepsofficier zie art. 401.

Artikel 400.

Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of' geldboete van ten hoogste driehonderd gulden wordt gestraft de opvarende van een Nederlandsch schip of zeevisschersvaartuig:

1°. die opzettelijk niet gehoorzaamt aan eenig bevel des schippers tot herstel der orde a;m boord gegeven;

2". die, wetende dat de schipper van zijne vrijheid van handelen beroofd is, hem niet naar vermogen te hulp komt;

3°. die, kennis dragende van een voornemen tot het plegen van insubordinatie, opzettelijk nalaat daarvan tijdig aan den schipper kennis te geven.

De onder no. 3 vermelde bepaling is niet van toepassing ndien de insubordinatie niet is gevolgd.

1. Dit artikel is gericht tegen alle opvarenden (aanteekening- 2 op art. 85), schepelingen of niet, en sluit zich aan bij de voorafgaande bepalingen, strafbaar stellende eenen lichteren graad van de daarbij genoemde misdrijven of verzuim in liet voorkomen daarvan of in het wegnemen van de gevolgen.

2. Het opzettelijk niet gehoorzamen aan eenig bevel nadert voor zoover het door schepelingen gepleegd wordt het misdrijf van dienstweigering; het onderscheid tusschen de beide misdrijven bestaat hierin dat voor dienstweigering eene wilsverklaring door woord of daad noodig is, gericht op het tegenovergestelde van den inhoud van liet bevel, terwijl niet gehoorzamen eenvoudig is niet doen of niet nalaten.

Sluiten