Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit op zich zelf is strafbaar in tegenstelling met het zwaardere vergrijp van dienstweigering dat volgens art. 394 aan boord van een schip eerst strafbaar is in den vorm van volharding bij eene reeds disciplinair gestrafte weigering. De reden van dit onderscheid zal hierin te zoeken zijn dat onmiddellijk gehoorzamen wanneer het betreft het herstel der orde aan boord — waartoe de bevelen van den schipper hier moeten strekken — dubbel noodig is.

3. In hoever het in no. 2 bedoelde vermogen tot hulp bieden mag worden aangenomen zal naar omstandigheden moeten beoordeeld worden. Het misdrijf bestaat wanneer minder hulp geboden is dan geboden kon en dus ook moest worden, onverschillig of er eenige of in het geheel geene hulp geboden is.

Zal de opvarende strafbaar zijn wanneer hij geene hulp geboden heeft omdat die van anderen voldoende gerekend kon worden ? De wet onderscheidt niet, en over het algemeen kan het niet afdoen of de schipper zonder de verzuimde hulp zijne vrijheid van handelen heeft kunnen terugkrijgen.

4. Met betrekking tot no. 3 van het artikel zie aanteekening 1 op art. 136.

5. Nederlandsch schip, zie aanteekening 2 op art. S6; zeevisschersvaartuig, aanteekening 4 op art. 390.

6. Over de strafbaarheid van den scheepsofficier zie art. 401.

Artikel 401.

üe in de artikelen 38(>, 389, 301—393 , 395—400bepaalde straffen kunnen met een derde worden verhoogd, indiende schuldige aan een der in die artikelen omschreven misdrijven scheepsofficier is.

1. Scheepsofficieren zijn de stuurman, de bootsman, de timmerman, de kok, benevens hunne „maten" en de scheepsdoctor, volgens de oude opvatting i). Bij de groote wijziging die in de bemanning der koopvaardijvloot sedert het in gebruik stellen der mailstoombooten is gekomen zullen thans wel meer personen o. a. de administrateur er onder moeten vallen.

!) J. Ci. Kist, Beginselen van handelsrecht V, bladz. 149.

Sluiten