Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wet op de huishouding en tucht op de koopvaardijschepen van 7 Mei 1856, Stbl. 32, gewijzigd bij die van 13 November 1879, Stbl. 190, door den Raad van tucht op de koopvaardijschepen.

Door dezelfde handelingen kunnen dus beide artikelen van het wetboek overtreden worden, maai' wie niet ontzet is uit het recht kan niet art. 195, hij wien de bevoegdheid krachtens de Tuchtwet niet ontnomen is kan niet art. 411 overtreden.

2. Buiten noodzaak, zie aanteekening 14 op art. 40.

3. Nederlandsch schip, zie aanteekening 2 op art. 86.

Artikel 412.

De schipper van een Nederlandsch schip ilie zonder geldige reden weigert te voldoen aan eene wettelijke vordering om een beklaagde of veroordeelde benevens de tot zijne zaak betrekkelijke stukken aan boord te nemen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.

1. De hier voorgeschrevene verplichting komt vóór in art. 25 deiwet van 25 Juli 1871, Stbl. 91, houdende regeling van de bevoegdheid der consulaire ambtenaren tot het opmaken van burgerlijke akten en van de consulaire rechtsmacht, zooals dat artikel bij de wet van 15 April 1886, Stbl. 63, gewijzigd is.

Eene andere wettelijke verplichting schijnt niet te bestaan, met name niet die tot vervoer van gevangenen van de Nederlandsche bezittingen naar Nederland; althans in de toelichting tot art. 425 van het Wetboek van strafrecht voor Europeanen in Nederlandsch Indië wordt ook uitsluitend van de op de consulaire wet berustende verplichting gesproken.

Vordering, berustende op contractueele verplichting, is geene wettelijke vordering. Wettelijk, zie aanteekening 1 en 3 op art. 42.

2. Nederlandsch schip, zie aanteekening 2 op art. 86.

Artikel 413.

De schipper van een Nederlandsch schip die een beklaagde ot veroordeelde, dien hij op eene wettelijke vordering aan boord genomen heeft, opzettelijk laat ontsnappen of bevrijdt

Sluiten