Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T 1 T EL XXX.

BEGUNSTIGING.

Het is aan gegronden twijfel onderhevig of de misdrijven, die in dezen titel onder den naam Begunstiging zijn samengebracht, inderdaad wel vormen van het misdrijf zijn, en of niet veeleer liet misdrijf van art. 189 althans ten deele dien naam verdient l).

In elk geval geldt hier wat ook reeds omtrent art. 189 (aanteekening 1) werd gezegd: dat, welke vereischten de wetenschap aan het begrip van begunstiging mag stellen, de uitlegger van de wet enkel met de omschrijving der misdrijven, onafhankelijk van den daaraan te recht of ten onrechte gegevenen naam, mag te rade gaan.

Artikel 416.

Hij die opzettelijk eenig door misdrijf verkregen voorwerp koopt, inruilt, in pand neemt, als geschenk aanneemt of uit winstbejag verbergt, wordt, als sclnildig aan heling, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.

Dezelfde straf wordt opgelegd aan hem die opzettelijk uit de opbrengst van eenig door misdrijf verkregen voorwerp voordeel trekt.

1. Bij dit artikel worden in de eerste plaats handelingen aan of met een door misdrijf verkregen voorwerp onder den naam van heling strafbaar gesteld.

Voorwerp door misdrijf verkregen is in de eerste plaats hetgeen door misdrijf aan een ander die er recht op had is onttrokken. Het onttrekken kan zich voordoen onder verschillende vormen: wegnemen, zich doen afgeven, zich toeëigenen van hetgeen men reeds onder zich had, zich het bezit verschaffen van eigen goed waarop een ander eenig recht uitoefent. Wat iemand als eigenaar onder zich heeft kan echter bezwaarlijk gezegd worden nog door eenige handeling door hem te worden verkregen, als bijv. goed waarop onder handen van den eigenaar beslag is gelegd 2).

!) H. van der Hoeven, Mag het Wetboek van strafrecht ongewijzigd worden ingevoerd?, bladz. 129; Th. C. van Eyk Bijleveld, Begunstiging, academisch proefschrift, Leiden 1884.

2) Vgl. Rechtbank Roermond 2t> Februari 1890, Tijdschrift voor strafrecht IV, bladz. 511.

Sluiten