Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook is niet door misdrijf verkregen voorwerp het indirect verkregene, de verkoopprijs van een gestolen voorwerp, hetgeen voor gestolen geld gekocht is. Uit de tegenstelling tusschen het eerste en het tweede lid vm dit artikel volgt dat tusschen het verkregene voorwerp en de opbrengst onderscheid moet worden gemaakt 1).

Door misdrijf verkregen is voorts het resultaat van het misdrijf; de valsche of geschondene munt, het valsche of vervalschte geschrift; vgl. aanteekening 8 op art. 33.

Tusschen de beide wijzen van verkrijging dient te worden onderscheiden bij de beantwoording van de vraag, hoe lang een voorwerp door misdrijf verkregen blijft. Men kan toch niet zeggen dat de toestand van door misdrijf verkregen te zijn onder alle omstandigheden steeds zal voortduren; het gaat bijv. niet aan heling te noemen het opzettelijk koopen van een gestolen voorwerp dat, in beslag genomen en ter griffie gedeponeerd, niet aan den rechthebbende heeft kunnen worden teruggegeven en na verloop van den voor de bewaring gestelden termijn door het bestuur der registratie wordt verkocht.

Evenmin kan een voorwerp ten eeuwigen dage door misdrijf verkregen blijven heeten omdat het eens de opbrengst van een misdrijf is geweest; het zou dan dit karakter moeten behouden zelfs al was het later in handen van den rechthebbende teruggekeerd. Het verkregen zijn is geene eigenschap die aan zulke voorwerpen blijft kleven, maar moet beschouwd worden met betrekking tot hem die het door misdrijf verkregen heeft. Heling kan ten aanzien van de hier bedoelde voorwerpen slechts bestaan in de overneming uit handen van den verkrijger of van dengene die voor hem handelt 2).

Anders is het met voorwerpen die het resultaat van het misdrijf zijn. Aan deze is de eigenschap van door misdrijf verkregen te zijn

!) Gerechtshof Amsterdam 24 Juni 1903, I>. v. J. 1904, no. 354. Zie verder over dit arrest aanteekening 5.

2I Bij arrest van den Hoogen Raad van 29 Augustus 1890, Wbl. 5932, I'. v. J. 1890, no. 93, werd beslist dat het niet noodig is dat de verkooper ook de .lader van het misdrijf is. Geheel in het algemeen genomen is die stelling niet onjuist, mits de beslissing niet praejudicieert op de beantwoording van de vraag of hel onder alle omstandigheden onverschillig is wie de verkooper is. Het komt mij m zijne algemeenheid toch ook niet juist voor wat door den Advocaat generaal Gregory werd betoogd, nl. dat ook het koopen van een ander dan den dader van het misdrijf begunstiging is. Wanneer het goed reeds in de derde of de vierde hand is overgegaan en in het bezit van iemand is die van de herkomst niets weet, staat de koop door iemand die daarvan wel weet toch met het gepleegde misdrijf niet meer in verband, tenzij de kooper het goed aan de nasporing der justitie wil onttrekken (art. 189), maar dan is er geene heling.

Sluiten