Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oorspronkelijken tekst niet voorkwamen, wordt gemotiveerd wijst ook op de bedoeling tot uitsluiting van elke beperking. De Minister van justitie toch zeide: „Alleen dan trede de politie en in 't uiterste geval „de kantonrechter tusschenbeide, wanneer tegen derde personen of „goederen zoodanige baldadigheid wordt gepleegd dat daaruit nadeel „of gevaar voor derden kan voortvloeien" l). Blijkens den zinbouw zijn de laatstgenoemde derden niet uitsluitend de eerstgenoemde.

Te ontkennen is echter niet dat, wanneer de mogelijkheid van nadeel iedereen of elk goed kan betreffen, de beperking der strafbaarheid tot het geval dat de baldadigheid tegen personen of goederen gepleegd moet zijn wel had kunnen worden achterwege gelaten.

Of de mogelijkheid van nadeel door den dader voorzien is of kon worden, is onverschillig; zij is als objectief element in de overtreding opgenomen.

De strafbaarheid is eindelijk beperkt tot het geval dat de baldadigheid gepleegd wordt op of aan den openbaren weg of op eene voor het publiek toegankelijke plaats; zie over die begrippen aanteekening 5 en 0 op art. 162 en 3 op art. 312.

Ook waterwegen vallen hier onder openbare wegen-).

Voor het publiek toegankelijke plaatsen zijn die alle welke feitelijk voor het publiek zijn opengesteld.

Als plaats waar de overtreding gepleegd kan worden is ook opgenoemd : aan den openbaren w-eg. .Men heeft hiermede voorzeker bedoeld het onmogelijk maken van de exceptie dat de dader, ofschoon de publieke veiligheid bedreigende door handelingen die op den openbaren weg uitwerking hebben, niet handelde op den openbaren weg, en alzoo van de straffeloosheid van dien dader. Nu is echter de gebezigde uitdrukking niet gelukkig gekozen. Mij zijn voorbeelden bekend van toepassing van art. 424 op feiten die met de publieke veiligheid niets te maken hadden, maar strafbaar geoordeeld werden omdat zij gepleegd waren op een langs den openbaren weg gelegen erf. De woorden der wet geven tot deze opvatting eenige aanleiding; zij voert echter tot ongerijmdheden, daar zij geen onderscheid kan maken naar den afstand tusschen den weg en de plaats der overtreding, zoodat ook straatschenderij zal moeten zijn eene baldadigheid gepleegd aan de éene zijde van een weiland dat aan de andere zijde aan den openbaren weg grenst, al is het ook honderden meters lang, terwijl daarentegen dezelfde handeling op enkele meters van den openbaren weg gepleegd,

!) Sruidt III, eerste druk 174, tweede druk 181. 2) Kechtbank Roermond 21 October 1890, Wbl. 5954.

Sluiten