Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mits het erf waarop zij voorvalt maar door een ander erf van den openbaren weg gescheiden is, straffeloos blijft. En de vraag ontstaat of bijv. de achterkant van een nabij den openbaren weg staand huis even goed als de voorkant geacht moet worden aan den openbaren weg gelegen te zijn.

Deze stelselloosheid is het gevolg daarvan dat met de woorden „aan den openbaren weg" niet wordt uitgedrukt wat er mede bedoeld is.

De bedoeling is blijkbaar de openbare veiligheid tegen baldadigheden te beschermen; daarom behooren buiten het artikel te vallen al die handelingen welke op private terreinen, binnen woningen, voorvallen en het publiek niet raken. In dien geest is ook de bepaling van art. 427 30 opgesteld. Wil men dus art. 424 uitleggen zóo dat het eenen gezonden zin oplevert, dan moet de uitdrukking „aan den openbaren weg" niet worden opgevat als eene plaatsaanduiding, maar als beteekenende: in zoodanig verband met den openbaren weg dat de veiligheid op dien weg bedreigd wordt. Het komt dan ook niet meer aan op den afstand waarop de dader zich van den openbaren weg bevindt. indien hij maar zoozeer „aan" den weg is dat zijne handeling op den weg uitwerking heeft. Daarentegen is strafbaar elke op den weg gepleegde baldadigheid, ook al heeft deze hare uitwerking buiten den weg. Beschermd moet worden de veiligheid van hen die zich op den openbaren weg bevinden, maar bescherming moet ook verleend worden tegen hen die van den openbaren weg af de veiligheid bedreigen. Het artikel zal daarom ook toepassing moeten vinden wanneer de dader zich o]) den weg in een voertuig bevonden heeft. Buiten de strafbepaling valt de handeling van hem die bijv. van een erf over den openbaren weg heen steenen werpt op een ander erf, wanneer de veiligheid van den weg daardoor niet benadeeld wordt.

Artikel 425.

.Met hechtenis van ten hoogste zes dagen of geldboete van ten hoogste vijf en twintig gulden wordt gestraft: 1°. hij die een dier op een tnensch aanhitst of een onder zijne hoede staand dier, wanneer het een menscli aanvalt, niet terughoudt;

•J0. hij die geene voldoende zorg draagt voor het onschadelijk houden van een onder zijne hoede staand gevaarlijk dier.

1. Bij het eerste deel van dit artikel wordt strafbaar gesteld het aanhitsen van een dier op eenen menscli, eene species van baldadig-

Sluiten