Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. De strafbaarstelling van het niet voldoende zorg dragen voor onschadelijk houden van een gevaarlijk dier is eene zeer strenge bepaling, daar het enkele feit dat het dier niet onschadelijk is gehouden, d. i. in zoodanigen toestand is dat het schade kan aanrichten, bewijst dat de eventueel aangewende zorg niet voldoende was. Daar echter omstandigheden die niet te voorzien waren den hoeder niet kunnen toegerekend worden, zal onder voldoende zorg wel te verstaan zijn de zorg die van zijn standpunt als voldoende aangemerkt mag worden.

Een gevaarlijk dier behoeft niet juist een dier van eene gevaarlijke soort te zijn, maar kan ook zijn een gevaarlijk exemplaar van eene in het algemeen niet gevaarlijke soort.

Er zal moeten bewezen worden dat het dier gevaarlijk gebleken was!) voordat de overtreding gepleegd werd; de verplichting tot onschadelijk houden rust toch niet op eiken eigenaar van elk dier, maar alleen op hem wiens dier gevaarlijk is. Het is dus niet voldoende aan te toonen dat liet dier op een oogenblik waarop het schade aanrichtte niet onschadelijk gehouden was; heeft, zooals meermalen voorkomt , een niet vastgelegde hond schapen in de weide doodgebeten y dan is nog geene overtreding bewezen; de hond mag' daardoor gevaarlijk gebleken zijn; zoolang hij dat niet gebleken was kon hij geen gevaarlijk dier genoemd worden dat onschadelijk gehouden moest worden -).

Artikel 426.

Hij d ie, terwijl liij in staat van dronkenschap verkeert, hetzij in het openbaar liet verkeer belemmert of de orde verstoort, hetzij eens anders veiligheid bedreigt, hetzij eenige handeling verricht waarbij, tot voorkoming van gevaar voor leven of gezondheid van derden, bijzondere omzichtigheid of voorzorgen worden vereischt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes dagen of geldboete van ten hoogste vijf en twintig gulden.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen

1) In de eerste uitgave had ik geschreven: als gevaarlijk bekend was, eene misschien te veel omvattende uitdrukking, zie Hooge Raad 14 Maart 1904, Wbl. 8041», P. v. J. 1904, no. 346.

2) Rechtbank 'sGravenhage 2 Mei 1901, P. v. J. 1901, no. 83; Rechtbank Middelburg, 24 September 1901, Wbl. 7696. Vgl. Kantongerecht Onderdendani 15 Mei 1893, P. v. J. 1893, no. 86.

Sluiten