Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bewering dat niet meer maatregelen dan de getroffene genomen konden worden zal nimmer tot vrijspraak kunnen leiden. Zijn in sommige gevallen geene voldoende maatregelen te treffen, dan behoort eenvoudig gezorgd te worden dat er geene openingen zijn, geene gevaarlijke verrichtingen gedaan worden, geene dieren op den weg blijven staan. Al die dingen zijn slechts geoorloofd onder voorwaarde dat de maatregelen voldoende zijn.

Met betrekking tot no. 3 van dit artikel besliste de Hooge Raad dat, zoo er eene verrichting wordt telastgelegd die uit haren aard geen gevaar oplevert, in de dagvaarding tevens moet worden aangegeven welk gevaar in concreto door de nagelatene maatregelen moest worden afgewend of welke maatregel tot afwending van gevaar noodzakelijk werd geacht, en dat bij gemis daarvan niet naar den eisch der wet een feit is telastgelegd, daar de enkele vermelding van het verzuim van de noodige maatregelen tot afwending van een mogelijk gevaar niet anders is dan overneming van de qualificatie der wet, niet de nadere omschrijving van het feit, voor de toepassing van die ■qualificatie vereischt i).

Uit de beperking tot op zich zelve niet gevaarlijke verrichtingen mag worden afgeleid dat ingeval de aard der verrichting gevaar medebrengt het enkele niet nemen van maatregelen reeds is aangewezen door het noemen van de verrichting.

Op no. 1 van het artikel is de beslissing van den Hoogen Raad weder toepasselijk: de telastlegging zal moeten bevatten opgave van den toestand die het gevaar medebrengt en omschrijving van hetgeen het gevaar oplevert, waarin dan trouwens opgesloten ligt de aanwijzing van hetgeen het gevaar had moeten wegnemen.

3. In no. 2 wordt verlangd dat opgravingen of uitgra%'ingen op eenen openbaren weg2) of voorwerpen, op zoodanigen weg geplaatst, behoorlijk verlicht en van de gebruikelijke teekenen voorzien zijn.

Behoorlijk verlicht is iets wanneer de aanwezigheid duidelijk ziclit-

!) Arrest van 14 Mei 1888, Wbl. 5558, P. v. J. 1888, no. 72, bestreden door van Ittersum in Tijdschrift voor strafrecht IV, bladz. 238.

Voor de overtreding van no. 5 besliste de Hooge Raad bij arrest van 30 April 1888, Wbl. 5557, P. v. J. 1888, no. 67, dat de telastlegging van honden vóór eene kar los en onbeheerd te laten staan inhoudt de aanwijzing van het gemis der noodige voorzorgsmaatregelen.

2) Hier staat in tegenstelling met andere bepalingen: een openbaren weg; het verschil in redactie leidt niet tot verschil in beteekenis. Een openbare weg is een gedeelte van den openbaren weg.

Sluiten