Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Terwijl een vuur, aangelegd op eenige meters van een houten gebouw, die mogelijkheid oplevert is deze uitgesloten wanneer liet wordt aangelegd tegen eenen volkomen brandvrijen muur of op zoodanige wijze dat niettegenstaande den geringen afstand brandgevaar is uitgesloten l).

Het hier bedoelde brandgevaar is blijkens den zinbouw dat waaraan hetgeen zich op korten afstand bevindt rechtstreeks blootstaat.

Indien wegens de voorschriften van art. 150 en 151 der Gemeentewet met de bepaling van no. 1 bestaanbaar geacht kan worden die van gemeenteverordeningen , houdende verbod van afsteken van vuurwerken op andere plaatsen dan die door liet gemeentebestuur of den burgemeester zijn aangewezen of toegelaten, ontstaat de vraag of de aanwijzing van eene plaats de toepasselijkheid van dit artikel opheft. Ik beantwoord die ontkennend: de aanwijzing toont wel aan dat het gezag dat ze deed de plaats niet gevaarlijk acht, maar of zij dat werkelijk niet is heeft de rechter te beslissen 2).

3. Blijkens de Memorie van toelichting der Staatscommissie:i) wilde men art. 471 20 van den Code pénal overnemen, uitgebreid in verband met de beslissing van den Hoogen Raad dat onder vuurwerk, feu d'artifice, geen vuurwapen begrepen is. Nu echter niet een algemeene term is gekozen, is nog niet onder het artikel begrepen al wat niet onder vuurwapen en vuurwerk valt al kan het brandgevaar veroorzaken 4).

4. Aanleggen van een vuur heeft eene beperkte beteekenis, het is het in brand steken van op eene bepaalde plaats bijeenverzamelde brandstoffen, bestemd om op de plaats zelve inet welke bedoeling dan ook verbrand te worden.

Hieronder kan dus niet vallen het in brand steken van heidegewas en dergelijke nog aan den grond vastzittende, noch van andere voorwerpen die over eene groote uitgestrektheid verspreid zijn. Dit zal naar omstandigheden onder brandstichting kunnen vallen.

5. De wet stelt alleen strafbaar het aanleggen van een vuur, alzoo niet het onderhouden en voeden 5); in ilen regel ontstaat daardoor ook geen brandgevaar maar wordt het bestendigd.

1) Vgl. Polenaar en Heemskerk, aanteekening 2.

2) Anders Polenaar en Heemskerk, aanteekening 1.

3) Smidt III, eerste druk 191, tweede druk 199.

4) Vgl. Kantongerecht Gulpen 12 December 1898, Tijdschrift voor strafrecht X.II, Rechtspraak bladz. 36.

5) Zie Kantongerecht Venlo 31 December 1886, Tijdschrift voor strafrecht 1, bladz. 576, en de daarbij gemaakte opmerking van G. A. v. II.; Kantongerecht

Sluiten