Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesteld dat, indien in eenen bepaalden nacht niemand verblijf gehouden heeft, eene negatieve vermelding moet worden gedaan i).

2. Zij die er hun beroep van maken aan personen nachtverblijf te verschaffen zijn zij die personen in hunne woning opnemen bepaaldelijk om onderkomen voor den nacht te verschaffen, niet zij die ze voor andere doeleinden opnemen, al gaat daarmede verblijf gedurende -den nacht feitelijk gepaard; zóo niet de bordeelhouders bij wie men zich laat opnemen niet voor nachtverblijf maar voor een doel welks bereiking met den nacht niet samenhangt, al wordt om vele redenen in den regel de nachttijd er voor gebezigd -).

3. Zijn beroep van iets maken is hetzelfde als liet beroep uitoefenen, zie aanteekening 2 op art. 436. De uitdrukking „hij die er zijn beroep van maakt' brengt niet mede dat hier alleen aan het eenige beroep of aan het hoofdberoep gedacht mag worden; iemand kan onderscheidene beroepen uitoefenen en gezegd worden van al de daartoe behoorende werkzaamheden zijn beroep te maken. De beperking zou ook in strijd wezen inet liet doel der bepaling, die door het enkele aannemen van een nevenberoep krachteloos gemaakt zou kunnen worden.

4. De aanteekening moet geschieden wegens personen die eenen nacht in het huis hebben doorgebracht, eene uitdrukking overgenomen uit de vertaling van art. 475 2" Code pénal, waarbij de Fransche tekst (toute personne qui aurait couché au passé une nuit) onvolledig is weergegeven. Het gebruik der dubbele uitdrukking ondervangt tot zekere hoogte het bezwaar dat gelegen is in het bezigen van „eenen nacht doorbrengen", welke woorden de vraag doen ontstaan of iemand om ingeschreven te moeten worden eenen gansehen nacht verblijf moet hebben gehad. Ik zou die vraag trouwens ontkennend willen beantwoorden. Het is nooit gebleken dat onder vigueur van den Code pénal noodig geacht werd dat iemand van zonsondergang tot zonsopgang vertoefd had, niettegenstaande naar de constante jurisprudentie door die tijdstippen het begrip van nacht bepaald werd. Men heeft nachtverblijf bij iemand gehad wanneer men om den nacht door te komen zich in diens huis heeft laten opnemen; daarvoor is het onverschillig of een gedeelte van den nacht niet in het huis is doorgebracht omdat de bezoeker laat gekomen of vroeg vertrokken is. Wie nu nacht-

*) Tot het stellen van dezen eisch is Cnopius in Tijdschrift voor strafrecht XII, blailz. 22, geneigd.

2) Van der Hoeven in Tijdschrift voor strafrecht I, bladz. 317 en volg. xoyon, Hel Wetb. r. Stra/r., III, 2e druk. 26

Sluiten