Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verblijf heeft gehad kan ook gezegd worden den nacht te hebben doorgebracht; hij behoeft slechts in en wegens den nacht geborgen te zijn geweest. Dit is de gewone beteekenis van den nacht doorbrengen waaraan niemand den zin hecht van doorbrengen van geene minuut minder dan tot den nacht gerekend mag worden. Het komt alzoo alleen aan op het hebben van nachtverblijf, en het is onnoodig voor dit artikel een wettelijk begrip van nacht, overigens in het wetboek niet bekend, vast te stellen i).

5. Elk verzuim levert eene overtreding op; het niet aanteekeneni is afzonderlijk strafbaar ten aanzien van elke verblijf houdende persoon. Daarentegen is het dan ook noodig dat bepaalde feiten van verzuim, telastgelegd worden, zoodat het niet geregeld aanhouden van het register zonder nadere specificatie niet is het hier strafbaar gestelde feit -).

Alleen het niet houden van een register, d. i. in tegenstelling met het niet aanteekenen het niet hebben, is eene overtreding waarvoor niet behoeft te worden aangetoond dat er op bepaalde tijden personen in het huis eenen nacht hebben doorgebracht; daarvoor is toch slechts noodig dat de nalatige er zijn beroep van maakt aan personen nachtverblijf te verschaffen; alleen dit behoeft te worden vastgesteld3).

6. De woorden „die eenen nacht in zijn huis hebben doorgebracht" beperken de strafbaarheid niet tot de omstandigheid dat slechts gedurende niet meer dan éenen nacht achtereenvolgens verblijf verschaft is. Ook wie langer verblijf houdt moet worden ingeschreven; dit is rationeel en blijkt overigens uit de verplichting van aanteekening' van dag van aankomst en vertrek. Daartegenover staat dan ook dat tusschen aankomst en vertrek niet voor eiken nacht op nieuw behoeft te worden ingeschreven; éene inschrijving voor het geheele voortgezette verblijf is voldoende.

Het artikel is overigens niet zeer zorgvuldig geredigeerd: naar de letter heeft het ook betrekking op de huisgenooten.

Artikel 439.

Met hechtenis van ten hoogste eene maand ol' geldboete van ten hoogste honderd vijftig gulden wordt gestraft: 1°. hij die van een krijgsman heneden den rang var»

1) Van der Hoeven t. a. p. Anders Polenaar en Heemskerk, aanteekening 2.

2) Hooge Raad 27 Maart 1897, W'bl. 6948, P. v. J. 1890, no. 33.

3) Hooge Raad 17 December 1900, WW. 7540, P. v. J. 1901, no. 1.

Sluiten