Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in voorraad hebben genoemd; daartoe is noodzakelijk de aanwezigheid van meer dan éen voorwerp omdat er anders niet verspreid kan worden, zie aanteekening 3 op art. 113.

2. De voorwerpen moeten vervaardigd zijn in eenen vorm die ze op munt- of bank-papier of op muntspeciën doet gelijken; men moet ze naar de uiterlijke gedaante dus voor zulk papier of voor muntspeciën kunnen houden l). De Hooge Raad hoeft uit liet zinsverband liet besluit getrokken dat met de voorwerpen op munt- of bank-papier gelijkende alleen drukwerken, met die op muntspeciën gelijkende alleen stukken metaal bedoeld kunnen zijn, zoodat „papieren rijksdaalders" hier niet in aanmerking komen 2). Ik kan de juistheid van den grondslag dezer beslissing' niet inzien, al aanvaard ik haar zelve, daar een van papier vervaardigd voorwerp dat op eenen rijksdaalder gelijkt noch een drukwerk noch een stuk metaal is; de mogelijkheid dat een stuk metaal op muntpapier of baukpapier gelijkt is niet uitgesloten, maar het zal dan toch tevens een drukwerk moeten zijn.

3. Of het gewraakte uiterlijk aanwezig is, is eene quaestio facti. Het voorwerp moet echter in zijn geheel dat uiterlijk dragen; het is niet voldoende dat het, slechts van éene zijde of voor de helft beschouwd, op een muntstuk of op munt- of bank-papier gelijkt3).

Artikel 441.

Dit artikel, luidende:

Met hechtenis van ten hoogste drie maanden wordt gestraft: 1°. hij die in staat van faillissement is verklaard, indien hij de wettelijke voorschriften betreffende de verplichting tot aangifte dat hij heeft opgehouden te betalen, niet heeft nageleefd; 2°. de bestuurder of commissaris eener naamlooze vennootschap of coöperatieve vereeniging welke in staat van faillissement is verklaard, indien hij de wettelijke voorschriften betreffende de verplichting tot aangifte dat de vennootschap of vereeniging heeft opgehouden te betalen, niet heeft nageleefd;

!) Vorm is niet alleen formaat, Kantongerecht Haarlem 31 Juli 1901, P. v. J. 1901, no. 141.

Men late zich niet door de dubbelzinnige woorden „vervaardigd in een vorm" verleiden tot de opvatting dat gieten in eenen vorm noodig is; dit is niet de bedoeling. Het zou trouwens alleen de muntspeciën kunnen betreffen.

2) Arrest van 18 Juni 1888, Wbl. 5580, P. v. J. 1888, no. 90.

3) Hooge Raad 1 October 1900, Wbl. 7496, P. v. J. 1900, no. 85.

Sluiten