Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Over de toepassing van het tweede lid van art. 1 van het wetboek op deze voorschriften zie aanteekening 13 op art. 1 en liet daar aangehaalde arrest van 19 Juni 1893.

Artikel 444.

Hij die, wettelijk als getuige, als deskundige of als tolk opgeroepen, wederrechtelijk wegblijft, wordt gestraft niet geldboete van ten hoogste zestig gulden.

1. Zie over dit artikel de aanteekeningen 1 en 2 op art. 192; over de beteekenis van wettelijk opgeroepen aanteekening 4 op dat artikel; over die van wederrechtelijk deel I, bladz. 19; over de strafrechtelijke bevoegdheid van den rechter in burgerlijke zaken aanteekening 5 op art. 192.

De wederrechtelijkheid zal als element der overtreding bewezen moeten worden; onjuist komt het mij vóór ze uitsluitend daaruit af te leiden dat de beklaagde geene geldige reden heeft opgegeven, al kan dit een element van het bewijs zijn; en ten eenenmale onjuist het bewijs van de onmogelijkheid tot verschijnen den beklaagde op te leggent).

Artikel 445.

Mij die, in zaken van minderjarigen of van onder curateele te stellen of gestelde personen, of van hen die in een krankzinnigengesticht zijn opgenomen, als bloedverwant, aangehuwde, echtgenoot, voogd of toeziende voogd, curator of toeziende curator, voor den rechter geroepen om te worden gehoord, noch in persoon noch, waar dit is toegelaten, door tusschenkomst van een gemachtigde verschijnt, zonder geldige reden van verschooning, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste zestig gulden.

1. Dit artikel heeft in verband met art. 'Sd der Invoeringswet doen vervallen de strafbepaling van art. 389 vierde lid van het Burgerlijk

Zie Cnopius in Tijdschrift voor strafrecht XIII, bladz. 307.

Sluiten