Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T 1 T E L IV.

OVERTREDINGEN BETREFFENDE DEN BURGERLIJKEN STAAT.

Artikel 448.

Hij die niet voldoet aan eene wettelijke verplichting tot aangifte aan den ambtenaar van den burgerlijken stand voor de registers van geboorte of overlijden, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste honderd gulden.

1. De verplichtingen die hier hare strafrechtelijke sanctie vinden zijn omschreven in art. 29 en 30 benevens 33 en 34 van het Burgerlijk wetboek voor de geboorte, in art. 54 en 57 voor het overlijden.

De laatstgenoemde bepalingen betreffen slechts uitzonderingsgevallen : eene algemeene verplichting tot aangifte van overlijden is tot dusverre in de wet niet opgelegd.

Alleen de aangiften aan den ambtenaar van den burgerlijken stand komen in aanmerking; het artikel blijft dus buiten toepassing in geval van geboorte en overlijden aan scheepsboord (art. 35 en 60 Burgerlijk wetboek) alsook bij verzuim van aangifte aan de consulaire ambtenaren, die binnen de grenzen van art. 12 der wet van 25 Juli 1871, Stbl. 91, bevoegd zijn tot alle verrichtingen, aan de ambtenaren van den burgerlijken stand bij de Nederlandsche wetten opgedragen, maar daarom nog geenszins ambtenaren van den burgerlijken stand zijn, evenmin als zij notarissen zijn ofschoon zij bevoegd zijn tot notarieele verrichtingen (art. 17).

2. In de omschrijving „tot aangifte aan tien ambtenaar van den burgerlijken stand voor de registers van geboorte" heeft men willen samenvatten wat in den Code pénal in twee artikelen, 346 en 347, was onderscheiden; art. 347 stond in verband met art. 33 en 34 Burgerlijk wetboek. Afzonderlijke vermelding van aangifte van vondelingen zou overtollig zijn.

In hoofdzaak is dit juist maar, leed art. 347 Code pénal aan onvolledigheid sedert door het Burgerlijk wetboek de overgifte van het kind (art. 58 Code civil) vervallen was, thans is niet voorzien in een deel der bij art. 33 opgelegde verplichting, die behalve het doen van <le aangiften voor het in de registers in te schrijven proces-verbaal nog omvat het vertoonen van de kleederen en andere goederen, bij den vondeling aangetroffen. Op dit deel der verplichting heeft art. 448geene betrekking.

Sluiten