Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar als prostituee verblijf te honden. Blijkbaar ter voorkoming van ontduiking is de verplichting van den bordeelhouder vastgesteld tegenover elke vrouw die intrek neemt, onverschillig in welke hoedanigheid.

De uitdrukking „in het huis opnemen waarin de bordeelhouder zijn bedrijf uitoefent" wijst hierop, en is meer dan in het bordeel opnemen, dat lichtelijk verklaard zou kunnen worden als: als prostituee opnemenr).

Opnemen is voorts voor meer dan een oogenblikkelijk verblijf toelaten. In het artikel zoo als het ontworpen was stond: iemand in dienst heeft of iemand niet tot zijn gezin behoorende huisvest.

De gevolgen die men duchtte van de beperkte beteekenis van huisvesten , dat dikwijls moeielijk te bewijzen zal zijn en eerst eenen aanvang neemt wanneer wellicht reeds onherstelbaar kwaad is gedaan, en ook van opnemen ter inwoning zooals werd voorgesteld, en daartegenover de te ruime beteekenis van toelaten (nader voorgesteld ter vervanging van huisvesten) waaronder reeds elk binnennemen bijv. ten gevolge van een ongeluk of tot het verrichten van eene boodschap zou vallen, deden eindelijk besluiten tot eene samentrekking van de dubbele uitdrukking tot opnemen, waaraan blijkens deze wordingsgeschiedenis der bepaling de beteekenis gehecht moet worden van opnemen tot het houden van verblijf.

2. De bepaling is niet toepasselijk bij vrouwen die behooren tot het gezin van den bordeelhouder. Deze uitzondering betreft niet die welke bestemd zijn om deel van het gezin uit te maken; juist ook ter bescherming van dienstboden of die quasi als zoodanig worden opgenomen moet het artikel strekken. Men heeft blijkbaar alleen niet willen verbieden dat de bordeelhouder haar opneemt wier natuurlijke verblijfplaats onder zijn dak is.

Kan nu een bordeelhouder die buiten zijn bordeel woont zijne dienstbode, lid van zijn gezin, of eenige andere inwonende vrouw, ongewaarschuwd in het bordeel opnemen? Neen, want zoodra deze personen de woning waar zij als zoodanig inwonen verlaten houden zij op lid van het huisgezin te zijn -).

1) Vgl. Polenaar en Heemskerk, aanleekening 1.

2) Hiermede is, meeu ik, grootendeels opgelost het bezwaar van Polenaar en Heemskerk, aanleekening 3, die om de moeielijkheid te ontkomen aan gezin de beteekenis hechten van de ter inwoning in een huis opgenomene personen, onverschillig of hij die opneemt daar zelf woont. Zij brengen gezin uitsluitend in verband met zelfstandig gebruik van eene behuizing, zoodat hij die twee huizen in gebruik heeft, alleen daardoor ook twee gezinnen zou hebben. Het gevolg zou zijn dat de overbrenging van een lid des gezins uit het woonhuis naar het bordeel zou zijn de opneming in het nieuwe gezin en de betrokkene persoon vóór de

Sluiten