Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staande enkele bijzonderheden van het voorschrift waren veronachtzaamd. De vereischte inschrijving kan geene andere zijn dan de inschrijving zóo als zij is voorgeschreven.

3. Hoofd van een gesticht, zie aanteekening 3 op art. 369.

Artikel 465.

De ambtenaar van den burgerlijken stand die nalaat vóór «ie voltrekking van een huwelijk zich de bewijsstukken of verklaringen te laten geven die de burgerlijke wet vordert, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.

1. De hier bedoelde bewijsstukken en verklaringen zijn opgenoemd in art. 126 en 127 Burgerlijk wetboek, waarnaar de Memorie van toelichting verwijst.

De vraag zou kunnen zijn of onder de verklaringen ook begrepen is die van art. 135. Dat er van geven gesproken wordt, zou geen beletsel zijn, daar ook de verklaringen van art. 126 20 tweede lid en die van art. 127 mondelinge verklaringen zijn, en onder geven dus doen of afleggen begrepen is. Maar het artikel spreekt niet van bewijsstukken en verklaringen maar van bewijsstukken of verklaringen, en is daarom alleen toepasselijk op de verklaringen die in de plaats van bewijsstukken treden.

2. Onder de bewijsstukken is er éen van welks bestaan de ambtenaar van den burgerlijken stand geen vermoeden behoeft te hebben, nl. dat van de ontbinding van een vorig huwelijk. Intussehen stelt de wet de overlegging van dat bewijsstuk niet afhankelijk van eenige voorwaarde; indien het bestaat moet het worden overgelegd. De ambtenaar zal zich dus niet met vrucht kunnen beroepen op het enkele feit dat hem van een vroeger huwelijk niets bekend was, maar moeten aantoonen dat hij althans door navraag zich heeft trachten te vergewissen of er een vroeger huwelijk bestaan heeft.

Hoe de ambtenaar die zonder opzet medewerkt tot bigamie ooit kan vallen onder art. 465, zooals in de Memorie van toelichting op art. 379 wordt beweerd, is niet duidelijk; dit artikel kan toch in dit opzicht alleen worden toegepast op het niet doen overleggen van een noodig bewijsstuk, dat is niet dat van het bestaan maar van de ontbinding van een vroeger huwelijk. Juist in het geval van bigamie bestaat dit bewijsstuk niet en kan het niet bestaan.

Sluiten