Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inderdaad kan liet zich niet doen geven van voorgeschrevene bewijsstukken of verklaringen bezwaarlijk eene overtreding omtrent de registers of acten genoemd worden; de overtredingen hier bedoeld zijn die waardoor de voorschriften omtrent de inrichting der registers en tien vorm en den inhoud der acten worden veronachtzaamd.

Eene gelijke aanmerking trof de in art. 466 genoemde formaliteiten. waarvan de vermelding onnoodig werd geacht vermoedelijk omdat daarnevens de voltrekking i) van het huwelijk genoemd wordt. Hieromtrent werd door den Minister niet afzonderlijk geantwoord -). Overtollig schijnen mij de woorden niet, daar de ambtenaar formeel volkomen de voorschriften omtrent de voltrekking kan hebben nageleefd, al heeft hij in de vervulling der voorafgaande formaliteiten, aangifte, afkondiging enz. gezondigd.

2. Tot de acten van den burgerlijken stand behooren niet de bij art. 38 e. a. Burgerlijk wetboek voorgeschrevene kantmeldingen; deze zijn niet bestemd om feiten te constateeren als waarvan de acten bestemd zijn het bestaan te bewijzen, en voor haar geldt ook niet het voorschrift van onderteekening. Zij zijn te onderscheiden van de eigenlijk gezegde acten alsmede van de kantteekeningen, vermeld in art. 16 Burgerlijk wetboek 3).

3. Ambtenaar van den burgerlijken stand, zie liet slot van aanteekening 1 op art. 448 4).

4. Omtrent het forum zie art. 4 en 5 der bij aanteekening 5 op art. 465 aangehaalde wet van 31 December 1887, Stbl. 265.

Artikel 467.

De ambtenaar van den burgerlijken stand die nalaat eene akte in de registers in te schrijven of eene akte op een los blad schrijft, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.

!) Sluiting, zie aanteekening 3 op art. 465.

2) Smidt III, eerste druk 308 en 310, tweede druk 348 en 349.

3) Hooge Raad 10 Maart 1893, Wbl. (i314, I'. v. J. 1893, no. 30.

4) Bij het wijzigingsontwerp van den Minister Cort van der Linden (1900) wordt de bepaling, wat betreft de voorschriften omtrent de registers en akten uitgebreid tot ieder ander bewaarder der registers.

NOYON, Het Wetb. r. Strafr., III, 2e druk. 29

Sluiten