Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 472.

De schipper van een Nederlandsch vaartuig die niet voldoet aan zijne wettelijke verplichting betreffende de inschrijving en kennisgeving van geboorten of sterfgevallen die gedurende eene zeereis plaats hebben, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste honderd gulden.

1. De hier bedoelde verplichtingen zijn omschreven in art. 35 en 30 Burgerlijk wetboek voor zooveel betreft de geboorten, in art. 60 voor de sterfgevallen. Zij bestaan alleen voor den schipper die krachtens de wet verplicht is een dagregister te houden; een ander kan niet in het dagregister inschrijven.

Dg kennisgevingen hier bedoeld bestaan in de bij genoemde artikelen van het Burgerlijk wetboek voorbeschrevene toezending van een extract uit de acte. Ook voor dit onderwerp is geeue regeling getroffen voor vaartuigen waarop geen dagregister behoeft gehouden te worden.

2. Schipper, zie aanteekening 1 op art. 85; Nederlandsch vaartuig, zie aanteekening 2 op art. 86.

Artikel 473.

De schipper of schepeling die niet in acht neemt de wettelijke voorschriften vastgesteld tot voorkoming van aanvaring of aandrijving, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.

De wet van 11 Juli 1882, Stbl. 86, kent den Koning toe de bevoegdheid tot het geven van de hier bedoelde voorschriften ter voorkoming van aanvaring of aandrijving op zee, welke voorschriften thans vervat zijn in het Koninklijk besluit van 24 April 1897, Stbl. 107. In art. 2 bevat genoemde wet eene strafbepaling tegen overtreding van die voorschriften; zij is bij de invoering van het Wetboek van strafrecht vervallen krachtens art. 3 en 19 der Invoeringswet i).

Voor de binnenlandsche vaart is gelijke bevoegdheid aan den Koning toegekend ten aanzien van de openbare wateren in liet rijk die voor de scheepvaart openstaan, en aan de besturen der provinciën en

Zie twee arresten van den Hoogen Raad van 8 April 1890, te vinden het eene Wbl. 5802, het andere Wbl. 5864, beide in P. v. J. 1890, no. 53.

Sluiten