Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelijkstelling met Nederlanders, art. K3, 2.

Nederlandsche wet. toepisselijkheid, art. 5,7.

Nederlandsch schip en vaartuig, zie Schip, vaartuig.

Non bis in idem, art. 6N. Beteekenis van feit, 2.

Over het feit moet beslist zijn, 1. De beslissing moet een gewijsde zijn, 6.

Revisie, 4.

Niet-ontvankelijkverklaring, 5. Gewijsde van eenen vreemden

rechter, 7.

Voorwaarden daarvoor, 8 en volg.

Geheele uitvoering, 8, 9. Hoofdstraf, bijkomende straf, 9. Gratie, 10.

Verjaring, 11.

Voortdurend delict, 3.

Noodweer, art. 41.

Recht, of reden van uitsluiting van strafbaarheid, 1. Noodzakelijke verdediging, 1,2. Eergevoel, 2.

Middel, 2, 3.

Verdediging, 4. Oogenblikkelijke aanranding, 5. Wederrechtelijke aanranding, 6, 8.

Toestemming van den aangerande, 7.

Overschrijding van de grenzen, 9, 10.

Hevige gemoedsbeweging, 10. Deelneming aan hetzelfde feit, 11.

Notaris, art. 2S—31. G.

Notlistand. zie Overmacht.

Nuniiiierver wisselaar bezorgen, art. 376.

O

Oinkooping, art. 126. 1. 2, 4.

Onachtzaamheid, art. 19S. 5.

Onbevoegdheid van den rechter of niet-ontvankelijkverklaring, art. 5, 8.

Onbewust, art. 37, 1, 2, 3.

Onbruikbaar maken, art. 159. 3, art. 161, 5. Zie verder Vernielen.

Onderaardsche lokalen en ruimten, zie Kelders.

Onderhandeling, art. 99.

Van regeeringswege opgedragen, 4.

Opzettelijk ten nadeele van den

staat, 2, 3.

Niet beperkt tot ambtenaren, 6.

Onderscheidingsteekenen. art. 196.

Onderwaterzetting, art. 102. 8.

Ongelijksoortige hoofdstraffen.

zie Samenloop.

Ongeschiktheid tot regeeren.

art. 92. 7.

Ongeschikt maken voor den dienst, art. 206.

Laten maken, 3.

Maken op verzoek, 4. Ongeschikt, 5.

Landweer, 2.

Onleesbaar maken, zie Bekendmaking.

Sluiten