Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hetzelfde geldt van de rechtspraak ten principale door den Hoogen Raad, die te dezen opzichte alleen daarin van den lageren rechter onderscheiden is dat hij niet zelfstandig het bewijs construeert maar de bewezenverklaring van dien rechter aanvaardt; de vraag der straftoepassing is voor hem dezelfde.

Bij 6, slot. Daarom behoeft de rechter ook slechts de afwijking van den algemeenen regel, niet zijne toepassing in het vonnis te motiveeren; Hooge Raad 13 Maart 1905 (Wbl. 8193\

Bij 7. Met mijne beschouwing dat met het geheele samenstel van bepalingen, in concreto de strafbaarheid beheerschende, gerekend moot worden vereenigde de Hooge Raad zich blijkens arrest van 25 Juni 1906 (Wbl. 8395, P. v. J. 566), welk arrest betreft eenen jeugdigen beklaagde die voor de invoering der Kinderwetten een feit gepleegd had dat na die invoering berecht werd. De Hooge Raad rekende de oude bepalingen van toepassing omdat de beklaagde krachtens art. 38 oud bij gemis van oordeel des onderscheids niet gestraft kon worden.

Begrip van voor den verdachte gunstigste bepalingen. Bij een vonnis van 16 Januari 1906 (Wbl. 8322) gaf de Rechtbank te Middelburg aan de bepaling van het tweede lid van art. 1 eenen ethischen grondslag door aan te nemen dat de gunstigste bepalingen zijn de doelmatigste, die welke, nu het gold de toepassing der Kinderwetten, zijn gemaakt in het belang der jeugdige delinquenten. Dat die opvatting niet de juiste kan zijn vloeit hieruit voort dat de wetgever altijd de nieuwe bepalingen de doelmatigste acht, zoowel voor den verdachte als voor het openbaar belang. Had de wetgever deze opvatting bedoeld, hij zou de onvoorwaardelijke toepassing der nieuwe bepalingen hebben moeten voorschrijven.

Men moet zich bij de vergelijking plaatsen op het standpunt van den verdachte voor wien de minst bezwarende bepalingen de gunstigste zijn.

Intusschen heeft het individueele inzicht van den verdachte geenen invloed; niet wat hij om bijzondere redenen liever zou willen, maar wat in het strafstelsel voor hem als de gunstigste bepaling moet worden aangemerkt is beslissend. Zoo komt de betrekkelijke zwaarte der straffen in aanmerking, maar moet ook de bepaling volgens welke geene straf behoeft te worden opgelegd als gunstiger beschouwd worden dan die volgens welke straftoepassing noodzakelijk is (bij jeugdige delinquenten) ook al kan de eerste dwangopvoeding medebrengen, die in het leven van den verdachte dieper ingrijpt dan eene lichte straf.

Bij 13. Dat met verandering van wetgeving niet uitsluitend is bedoeld verandering in den tekst der strafwet maar ook in al die bepalingen

Sluiten