Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 53.

Bij het weêrgeven van den tekst van het artikel is eene misstelling begaan: voor misdrijf worde gelezen misdrijven.

Artikel 56.

Bij 11. Zie ook Hooge Baad 13 Mei 1907 (Wbl. 8549, P. v. J. 657). Bij arrest van 5 Juni 1906 (Wbl. 8387) stelde de Hooge Baad weinig strenge eischen aan de motiveering door voldoende te achten dat maar uit de qualificatie in verband met de aanhaling van art. 56 het aannemen van voortgezette handeling is af te leiden.

TITEL YII.

Bij 4. Te recht besliste de Rechtbank te Zwolle (21 April 1904, Wbl. 8081) dat de klager niet behoeft aan te wijzen welk misdrijf naar zijne meening het gesignaleerde feit oplevert; de vraag naar de toepasselijkheid der strafwet heeft voor de vervolging alleen het Openbaar ministerie te beantwoorden.

Artikel 68.

Bij 1. In overeenstemming met het betoogde besliste de Hooge Raad bij arrest van 12 December 1904 (Wbl. 8155, P. v. J. 412) in een geval waarin de dagvaarding was nietig verklaard.

Bij 2. Mijne bepaling van feit zie ik aangenomen in twee recente arresten van den Hoogen Raad. Bij het eerste (7 November 1904, Wbl. 8138, P. v. J. 397) werd verstaan dat ingeval is vrijgesproken vaneen telastgelegd feit, omdat het was aangegeven als gepleegd op eenen dag, waarop het werkelijk niet gepleegd was, eene tweede vervolging met opgave van den juisten dag niet ontvankelijk is als hetzelfde feit betreffende. Bij het tweede werd beslist (27 Mei 1907, Wbl. 8555, P. v. J. 667) dat, vermits tot de elementen der overtreding van de Wapenwet behoort het plegen op den openbaren weg, de telastlegging van het bij zich hebben van een wapen op den openbaren weg A betreft een ander feit dan die van het hebben van een wapen op den openbaren weg B. Deze uitspraak staat naast de vroegere algemeene beslissing (zie Hooge Raad 29 April 1904, Wbl. 8539, P. v. J. 674) dat op ziclizelve de vermelding van den locus delicti niet behoort tot de omschrijving van het feit.

Sluiten