Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 198.

Bij 1. De meening dat onder dit artikel ook valt onttrekking aan het beslag dat het wettelijke gevolg is van een faillissement kan ik handhaven tegenover de bedenking van Mr. H. L. A. Visser in Themis 1907, blz. 267, dat uitsluiting van onttrekking aan het in art. 200 genoemde beslag consequent had moeten leiden tot uitsluiting van onttrekking aan het in art. 344 genoemde. Immers in art. 344 wordt alleen strafbaar gesteld onttrekking gepleegd ter bedriegelijke verkorting van de rechten der schuldeischers, en er is geene reden om niet aan te nemen dat bij afwezigheid van dit element de algemeene bepaling van art. 198 toepasselijk is.

Ten aanzien van de derde alinea erken ik mij min duidelijk te hebben uitgedrukt. Hetgeen daar gezegd is heeft geenszins ten doel eene uitlegging van art. 200 te geven, maar strekt alleen om (misschien overtollig) er op te wijzen dat de wet nevens onttrekking aan gerechtelijk beslag ook onttrekking aan krachtens de wet bestaand bezit van eens anders goed strafbaar stelt.

Bij 2. Door Mr. H. L. A. Visser, Themis 1907, blz. 272 en volg., wordt onderscheid gemaakt tusschen een vernietigbaar en een nietig ontslag, en voor toepassing der strafwet geëischt dat het beslag rechtmatig is gelegd en de voornaamste der bij de wet voorgeschrevene formaliteiten in acht zijn genomen; tevens meent hij dat een beslag, hoewel in wettelijken zin niet nietig, toch strafrechtelijk als niet of niet meer bestaande kan worden beschouwd.

Ik kan de juistheid dezer beperkingen niet inzien. Of nietigheid van een beslag, met dien verstande dat het eenvoudig als niet bestaande zou kunnen worden beschouwd ook zonder dat het nietig verklaard is, bestaanbaar is, schijnt mij betwijfelbaar. Ook al ontbreekt iets aan dé formaliteiten van art. 736 Rechtsvordering, het beslag is toch gelegd, en bestaat totdat het vernietigd is; vgl. art. 90 waar nietigheid en' vernietigbaarheid als gelijkwaardige termen worden gebezigd. In art. 738 schijnt nietigheid te beteekenen: van rechtswege vervallen zijn; dit volgt m. i. uit de vergelijking met art. 726 en 732.

Waai om nu de strafbaarheid door Mr. Visser in verband wordt gebracht met het vervallen der voornaamste formaliteiten en niet van de op straffe van nietigheid voorgeschrevene is mij uit zijn betoog niet duidelijk geworden.

Doch wat hiervan zij, zoodra en zoolang er naar civiel recht beslag bestaat, zoolang het niet is vervallen of opgeheven, is onttrekking strafbaar.

Het tegendeel, althans eene uitzondering, zou nu moeten worden afgeleid uit de slotbepaling van art. 740 Rv. Maar daaruit volgt niet dat beslag, civielrechtelijk bestaande, strafrechtelijk als niet meer bestaande

Sluiten