Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genomen, ingeval diefstal gepleegd wordt in eene woning of op een erf waarop eene woning staat.

Uit het verslag der Eerste Kamer en het antwoord van den Minister zon wellicht kunnen worden afgeleid dat de Minister de gestelde vraag bevestigend beantwoordde. Immers in het verslag wordt de vraag of het aannemelijk is dat de rechter „woning" zal toepassen op bewoonde voer- of vaar-tuigen in verband gebracht met het feit dat het woord woning in het artikel zonder tusschengeplaatst leesteeken gevolgd wordt door „of op een besloten erf waarop eene woning staat". In de Kamer is dus zeker aan eene verplaatsbare woning op een erf gedacht. Of de Minister echter bij zijn kort antwoord de nu behandelde casuspositie wel voor oogen had, blijkt niet.

Intusschen ligt het in de rede dat de ontwerpers hunne bepaling hebben willen doen aansluiten bij de definitie van woning in art. 390 Code pe'nal, maar ter vermijding van de fictieve uitbreiding van het begrip tot het om de woning liggende beslotene erf dat erf afzonderlijk hebben vermeld.

Daarom zou ik onder erf waarop eene woning staat alleen willen verstaan de aanhoorigheid van eene woning, zoodat een in den regel onbewoond erf waarop tijdelijk een tot woning ingericht voorwerp is nedergezet er niet onder valt. Uitgesloten is dan zoowel een erf waarop eene voor tijdelijk gebruik bestemde keet als dat waarop een woonwagen of een woonschip is geplaatst.

Artikel 312.

Bij 3. Voor toepassing van art. 453 besliste de Hooge Raad bij arrest van 25 April 1905 (Wbl. 8214, P. v. J. 442) dat onder openbaren weg de openbare waterweg niet begrepen is; de wet, zich aansluitende bij het gewone spraakgebruik, verstaat onder weg een gedeelte grond geschikt om beloopen of bereden te worden; dit zou ook blijken uit de geschiedenis van art. 427 6°, waarin oorspronkelijk alleen sprake was van weg, en ingevolge amendement nu gelezen wordt: land- of waterweg.

Het beroep op de geschiedenis van art. 427 komt mij weinig afdoende voor; men vergete niet dat art. 427 afweek van art. 162 en, een gelijksoortig onderwerp behandelende, daarmede wel in overeenstemming moest worden gebracht; de Commissie van Rapporteurs verwees dan ook naar vorige artikelen.

Dat het de bedoeling der Staatscommissie niet was art. 427 6° (van haar ontwerp art. 513 6°) tegenover 162 te beperken tot den landweg, mag worden aangenomen; niettemin spreekt zij alleen van weg, in hare voorstelling omvatte weg dus ook waterweg, al had zij in art. 178, thans 162, de beide soorten van wegen onderscheidenlijk genoemd.

Sluiten