Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 371.

Bij 4, tweede alinea. Echter kan de inhoud bestaan geheel of ten deele uit toevertrouwde stukken; de inbeslagneming van een pakket kan dus tevens inbeslagneming van zoodanige stukken zijn. Zie ook hieronder bij art. 372.

Artikel 372.

Bij 1. Ook hier is toevertrouwd stuk een stuk dat van buiten af aan de post is bezorgd, niet een pakket dienststukken, noch een pakket waarin op de post de toevertrouwde stukken zijn samengevoegd. De opening van zoodanig pakket is dus volgens dit artikel niet strafbaar, wat niet wegneemt de strafbaarheid der opening van een stuk dat in het pakket besloten was.

Artikel 373.

Bij 1. Bij het vonnis der Rechtbank te Amsterdam van 12 Februari 1903 (Wbl. 7902) schijnt te moeten worden ondersteld dat het geld afkomstig was van het postkantoor van verzending en niet den inhoud uitmaakte van aan het kantoor bezorgde stukken; in het laatste geval toch zou art. 373 toepasselijk zijn niettegenstaande de stukken op het kantoor in een pakket gesloten waren.

Het Gerechtshof te Arnhem besliste bij arrest van 29 Maart 1906 (Wbl. 8395) dat de herkomst van het stuk onverschillig is. Dit strijdt m. i. met de woorden en met de toelichting van het artikel. Aan de instelling toevertrouwd is iets anders dan door de instelling verzonden; er is ook geene sprake van toevertrouwen aan eenen bepaalden ambtenaar, maar aan de instelling, welke niet iets aan zich zelve kan toevertrouwen. En de bedoeling was blijkens de Memorie van toelichting verzekering van het brievengeheim en van de veiligheid der aan de post toevertrouwde stukken.

Artikel 416.

Bij 1. Bij arrest van 21 Mei 1906 (Wbl. 8380, P. v. J. 583) besliste de Hooge Raad dat geld, verkregen door wisseling van gestolen bankpapier, is geld verkregen door den diefstal; m. i. wordt hier het begrip te ver uitgebreid, en moet zulk geld eerder beschouwd worden als de opbrengst van een door misdrijf verkregen voorwerp, het is wel door middel van misdrijf, niet door het misdrijf verkregen. Zie hiervóór bij aant. 9 op art. 33.

Bij 4. Zie hiervoor bij Inleiding, aant. 1.

Sluiten