Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij 5. De vierde alinea worde gelezen:

Onder opbrengst is dan ook te verstaan hetgeen liet door misdrijf verkregene voorwerp opbrengt aan hem die het alzoo verkregen heeft; Rechtbank 's Gravenhage 5 Juni 1905 (Wbl. 8311).

In vreemde handen gekomen is het in het algemeen niet meer als door misdrijf verkregen aan te merken, zie aant. 1.

Daar echter ook helen een misdrijf is kan hetgeen de heler er voor krijgt weder voor hem de opbrengst van door zijn misdrijf verkregen voorwerp zijn, zoodat het voordeel trekken uit die opbrengst eveneens een misdrijf is.

Overigens is opbrengst alwat het voorwerp, wanneer het van de hand gedaan wordt, oplevert, zoodat er ook onder valt een voorschot op den verwachten koopprijs ook al blijkt later dat het voorwerp als onverkoopbaar geenen prijs kan opbrengen; Hooge Raad 29 Juni 1905 (Wbl. 8306, P. v. J. 558).

Voorts wordt noch door de woorden van het artikel noch door de uitgesprokene bedoeling des wetgevers uitgesloten het in ontvangst nemen van iets dat met het door misdrijf verkregene geld is gekocht; ook dit toch is opbrengst van dat geld, al is het niet het direct door het misdrijf verkregene; vgl. Rechtbank Zutfen 30 Augustus 1905 (Wbl. 8411); anders Gerechtshof Amsterdam 24 Juni 1903 (P. v. J 1904, 354).

6. Op het misdrijf van dit artikel is de bepaling van art. 316 niet toepasselijk verklaard; vervolging wordt ook niet belet door de absolute of relatieve onvervolgbaarheid van het voorafgegane misdrijf.

Artikel 418, 419.

Bij 1. Onjuist is mijne stelling dat ten aanzien van overtredingen de toepasselijkheid van art. 53 en 54 door die van art. 418 en 419 vervangen is. Laatstgenoemde artikelen kunnen toch èn blijkens hunne geschiedenis, èn blijkens de plaatsing in het alleen over misdrijven handelende Tweede boek, èn omdat voor de vervolging instructie noodig is, ook alleen op misdrijven betrekking hebben.

Hoe is het dan met uitgeven of drukken van geschriften die van strafbaren aard zijn omdat zij overtredingen inhouden of opleveren ?

Bij arrest van 29 October 1906 (Wbl. 8448, P. v. J. 592) besliste de Hooge Raad naar aanleiding van het als overtreding van art. 2 der Loterij wet van 6 Juni 1905, Stbl. 171, door bevorderen van den verkoop van loten gequalificeerde opnemen van eene advertentie betreffende zoodanigen verkoop in eene courant, dat door veroordeeling deswege de artikelen 53 en 418 niet geschonden kunnen zijn, daar het bevorderen

Sluiten