Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit: den strijd tegen de Saracenen, de tallooze gevechten der edellieden ouderling, of den opstand dezer tegen hun vorst.

Yan de meeste dezer romans is de kunstwaarde niet bizonder groot. Een innige en natuurlijke samenhang tusschen de onderdeden, die dikwijls veel te uitvoerig zijn uitgewerkt, is in den regel ver te zoeken. De schildering der gebeurtenissen is frisch en levendig, die der helden, echte typen uit een barbaarschen, woesten tijd, is daarentegen zeer vaag.

Van karakterteekening is weinig te bemerken; alle helden zijn ongeloofelijk sterk (A. vs. 12-30), van een hooge gestalte en een ontembaren moed. Echte „ridderlijkheid" ontbreekt echter nog vrij wel; over 't algemeen zijn de ridders eerder wreed, en beschouwen ze de vrouwen als slavinnen. (Zie voor de ruwheid

v. Eggheric, B. vs. 147 en vlg.).

Het meerendeel dezer romans is in het Dietsch overgebracht, maar toch hebben wij er slechts weinig, en dan vaak nog fragmentarisch van over.

Tot de schoonste romans uit den Karelcyclus behoort de

Carel endc Elegast,

waarvan de inhoud hier achter volgt.

Hoewel het Fransche origineel nog niet is gevonden, is het vrij zeker, dat de Dietsche roman naar een Fransche is bewerkt. Deze bewerking dateert waarschijnlijk uit het midden der 13" eeuw.

De meest populaire der Karolingische romans is de roman van

Reinout van Montalbaen of (le Vier Heemskinderen.

De populariteit blijkt vooral uit het feit, dat dit gedicht later in proza tot een zoogenoemd volksboek omgewerkt is, en uit de tegenwoordig nog hier en daar aangetroffen uithangborden, waarop een paard met vier knapen achter elkaar op zijn rug.

Deze roman vertelt de lotgevallen van vier broers, Ritsaert, Writsaert, Adelaert en Reinout, doodsvijanden van Karei den Grooten, en hun wonderpaard Beyaert.

Sluiten