Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Int ansichte mits haren monde,

Dat si haer niet onthouden conde,

95 Daer si an haer huut quam ghevaren, Si en moeste cryschen endo also ghebaren. Doe keerden si weder al te samen,

Dat si ter cameren niet in quamen.

100 Si gaet te Blancefloer daer sise vint, Die vele peinst om dien si mint,

Ende dicke versuchte harde onsochte Met swaren ghepeinse ende ghedochte, Met groter claghen ende met droeven sinne.

105 „Blancefloer," seit si, „soete minne,

Wildi ghaen met mi, ic sal u toghen Selke bloemen, dat ghi met uwen oghen Ne saghet bloeme no rose nie,

Die ghi eer sout sien dan die.

II. HET DIERENEPOS.

Algemeene opmerkingen.

Het dierenepos is een tot één verhaal omgewerkte verzameling van dierfabels, en heefc, evenals de fabel, een strekking. Zijn doel is nl. öf een bepaalden kring van personen te hekelen en een reeks met elkaar samenhangende toestanden in een helder daglicht te stellen, zoodat hun belachelijkheid of slechtheid duidelijk aan den dag komt, öf een satire te leveren op de

geheele menschenmaatschappij.

Reeds in de vroegste tijden was in die landen, waar men een despotische regeering had, de dierfabel een uitmuntend middel gebleken, om op bedekte wijze uiting te geven aan een heerschende ontevredenheid over bepaalde personen en toestanden. Meestal echter hadden die fabels ook een meer algemeen menschelijke strekking, en zoo konden ze ook door andere volken worden overgenomen.

Yan uit Hindostan, waar de oudste dierfabels hun oorsprong

Sluiten