Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

230

Die wile dat si die vrauwe uut traken, So quam Brune in die riviere Ende ontswom hem allen sciere.

III. REACTIE TEGEN DE RIDDERPOEZIE.

Algemeene opmerkingen.

Toen bij ons de, meestal veel oudere, Fransche ridderromans in 't Dietsch werden vertaald of nagevolgd, was men al genaderd tot het midden der dertiende eeuw, d. w. z. was het bloeitijdperk der ridderschap, voorzoover men in de „lage landen bi der see" daarvan kan spreken, al voorbij.

"We zien dan ook, hoe, ongeveer gelijktijdig met het vertalen der ridderromans, tweeërlei pogingen in het werk gesteld worden om het volk iets beters te geven.

De eerste poging ging uit van de geestelijkheid, die den invloed der wereldsche en zinnelijke ridderromans trachtte te breken, door in plaats van koningen en ridders, Christus en zijn heiligen ten tooneele te voeren.

Zoo ontstond de

Geestelijk Epiek.

Van eenigszins anderen aard is de tweede poging, die tracht te gemoet te komen aan het verlangen naar geestelijke ontwikkeling, dat zich in de welvarend geworden burgerij sterk deed gevoelen.

Om te voldoen aan die zucht naar kennis schiep men het

Leerdicht,

waarin de geheele toenmaals bekende wetenschap in den vorm van poëzie werd meegedeeld.

Sluiten