Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eindelijk te vluchton en met haar geliefde de wereld in te trekken. Vooraf smeekt zij Maria ora vergiffenis voor hetgeen zij gaat doen. Zeven jaar leidt zij nu een gelukkig leven, maar dan is het geld op, en laat hij haar met de twee kinderen, die zij ondertusschen gekregen heeft, onverzorgd achter. Nu leidt zij, door den noodgedwongen, een zeer zondig leven, maar zij vergeet geen enkelen dag haar Ave Maria te bidden en de hulp van „Onze Lieve Vrouwe" in te roepen. Eindelijk, na zeven jaar, drijft een geheimzinnige macht haar naar haar klooster terug. Zij vindt bij een weduwe in de buurt onderdak. Van deze hoort zij, tot haar groote verwondering, dat Beatrys nog altijd de voorbeeldige „costerse" is. Zij begrijpt er natuurlijk niets van. 's Nachts verschijnt haar nu een engel, die haar beveelt in het klooster te gaan: zij zal daar alles vinden, zooals zij het achtergelaten heeft, want Maria heeft tijdens haar afwezigheid haar diensten waargenomen. Zjj bevindt, dat dit werkelijk zoo is. Niemand heeft van haar afzijn iets bemerkt. Naar aanleiding van een verschijning, die zjj in de kapel ziet, biecht zij aan een abt haar wedervaren. Deze schenkt haar vergiffenis, maar zegt, ter eere van Maria en het klooster, dit „miracel", in zijn „sermoen" te zullen vertellen, natuurlijk zonder namen te noemen. Beatrys' kinderen zullen door hom tot geestelijken worden opgeleid.

A. BEATRYS' VLUCHT.

Van hem latic nu die tale,

Ende segghe u vander scoender smale. Vore middernacht lude si mettinen Die minne dede haer grote pine. 5 Als mettinen waren ghesongen Beide van ouden ende van jongen , Die daer waren int covent,

Ende si weder waren ghewent Opten dormter al ghemene,

10 Bleef si inden coer allene,

Ende si sprac haer ghebede,

Alsi te voren dicke dede.

Si cnielde vorden outaer Ende sprac met groten vaer: 15 „Maria, moeder, soete name,

Nu en mach minen lichame Niet langher in dabijt gheduren. Ghi kint wel in allen uren Smenschen herte ende gijn wesen;

Sluiten