Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f

Dat sise van evele moeste vrien 70 Ende haer kinder, die si liet

Ter weduwen liuus in swaer verdriet. Binnen dien was die nacht tegaen, Dat dorloy begonste te slaen,

Daermen middernacht bi kindo.

75 Si nam dat clocseel bidon inde Ende luude metten so wel te tide Dat sijt hoerden in allen siden.

Die boven opten dormter laghen Die quamon alle sonder traghen 80 Vanden dormter ghcmene.

Sine wisten hier af groot no cleno.

Si bleef in den doester haren tijt Sonder lachter ende verwijt;

Ma. ia hadde ghedient voer hare 85 Gheljjc oft sijt selvo ware.

Vol dankbaarheid besluit do dichter zijn vertelling met:

Loef Gode en prijs,

Ende Maria, die God soghede,

Ende dese scone miracle toghede.

Si halp haer uut alre noet.

90 Nu bidden wi alle, cleine ende groet, Die dese miracle horen lesen,

Dat Maria moet wosen Ons vorsprake int soete dal,

Daer God die werelt doemen sal!

Amen.

§ 2. Het Leerdicht.

In de dertiende eeuw ziet men in al onze gewesten, maar in Vlaanderen zeker wel het sterkst, een krachtigen derden stand zich ontwikkelen, die door zijn welvaart, voor den landsheer een welkome steun was in zijn strijd tegen den overmoedigen adel. De poorters staan dan ook meestal vijandig tegenover de ridders. Vooral in Vlaanderen was dit het geval; eerstens omdat nergens de burgerij zoo welvarend was als in Brugge en Gent, maar in

Sluiten