Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerk, en trillend van verontwaardiging over het toenemend zedenbederf onder de dienaren der kerk, en

Van den Lande van Oversee ^

zijn zwanezang, en zeker zijn dichterlijkste schepping. Dit gedicht werd door hem vervaardigd, toen het bericht kwam van den val van Akko (Acre), het laatste bolwerk der Christenen tegen de voortdringende Turken. Krachtig en welsprekend roept hij allen tot een kruistocht op. Hij klaagt over de algemeene onverschilligheid (C. b. vs. 14—22), over het zedenbederf van geestelijkheid (C. b. vs. 23—36) en adel (C. b. vs. 36—49), en doet een beroep op aller medewerking om Jeruzalem te verlossen (C. b. vs. 49-74).

Het spreekt van zelf, dat een zoo krachtig en tevens zoo populair dichter als Maerlant, tal van navolgers vond. Geen van dezen heeft hem echter overtroffen, of is hem nabij gekomen. Terecht kan men hem dan ook beschouwen als den besten en meest nationalen dichter uit de Middeleeuwen, die den naam „der Dietschen dichtren vader" ten volle verdient.

A. DER NATUREN BLOEME.

De Hond. (Boek II).

Canis data in Dietsche oen hont.

Jacob van Vitri maect ons cont, Dat beesten sijn die men mach wel Leeren menicherhande spel.

5 Ende al slapen si gherne mede, Nochtan so ist hare sede,

Dat si thuus wachten vor den dief. Hare heren hebben si so lief,

Dat si dicke doot sijn bleven

1) Deze naam is een vertaling van het Fransche „le pays doutre-mer.' Voor de Franschen was Palestina werkelijk „het land van overzee;" voor de bewoners onzer streken echter niet, zoodat M.'s vertaling licht tot moeilijkheden aanleiding zou kunnen geven.

Sluiten