Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25 Dat kindekijn pleterde raitter hant,

Dattet water uten becken spranc:

Wel was haer doe. Susa ninna susa noe. Jesus minne sprac Marien toe.

Die os ende ooc dat eselkijn 30 Die aenbaden dat soete kindekijn:

Wel was haer doe. Susa ninna susa noe. Jesus minne sprac Marien toe.

F. HET DAGET IN DEN OOSTEN.

(Vergeestelijking van A.)

Het daget inden oosten, Die sonne scijnt over al:

Wie heer Jesura wil minnea, Hi en slape nu niet so langhe.

5 Och, slaepty nu so langhe, Dat en is u nemmermeer goot: Het sal u namaels rouwen Als ghi loon ontfangen moet.

enz.

G. PAASCHLEYS.

Het gingen drie Jonckvrouwen Smorgens met groten rouwen, Sij sochten het lichaam Christi doot Al om te salven sijn wonden root.

Kyrieleyson.

5 Christus is verresen,

Nu laet ons vrolijck wesen.

Hij heeft vertreden t'serpenten hooft En den duyvel van zijn macht berooft.

Kyrieleyson

enz.

Sluiten