Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De abele spelen zijn: Esmorelt, Gloriant en Lanceloet Tan Denemarken.

Aan alle stukken gaat een proloog vooraf, waarin de korte inhoud van het stuk wordt meegedeeld (A vs. 1—27). Eenheid van tijd en plaats ia er nog niet (A). Tooneelaanwijzingen ontbreken, of zijn in den tekst ingevlochten (A vs. 69, 84; zie echter ook A vs. 145). Over 't algemeen is de voorstelling zeer naief (A), het rechtsgevoel wordt bevredigd (A vs. 145) en met een vermaning eindigt het stuk (A vs. 146—156).

Dan wordt de epiloog, ook wel „naproloogh" genoemd, uitgesproken, waarin aan het publiek wordt meegedeeld, dat er nog een sotternie zal komen.

De zes sotterniën of kluchten ') behandelen alle oen tooneeltje uit het echte volksleven. Meestal is de held óf een oude man, getrouwd met een jonge vrouw, die hem bedriegt, öf een sukkel, die door zijn vrouw en soms ook door zijn schoonmoeder wordt beet genomen. Steeds komen er heftige kijfpartijen in voor, waarin soms ook de buurman wordt betrokken, maar die altijd eindigen met de overwinning der vrouw. (B vs. 101—116).

De sotterniën zijn eigenlijk gedramatiseerde boerden, en evenals deze zeer ruw en plat. Van een dramatische verwikkeling is meestal geen sprake, en zij werden dan ook alleen gegeven om het publiek eens hartelijk te doen lachen.

Ook van het tooneel, waarop de wereldlijke stukken werden vertoond, is weinig bekend. Wel weet men, dat de voorstellingen buiten op de markt plaats hadden, waarschijnlijk op een stellage. Misschien zat ook het publiek wel op een verhooging (A vs. 166). Hoe het zij, zeker zal de inrichting wel zeer eenvoudig, en het décor vooral aan de fantasie van de toeschouwers overgelaten geweest zijn.

1) Klucht of kluyt komt van kluft en dit woord waarschijnlijk van klieven. Als voorbeeld is hier opgenomen een fragment van de kluyte van nu noch, die feitelijk onder de Rederijkers hoort. (Zie aldaar).

Sluiten