Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot groten profyte vanden helscen draken! Kercken berooft, ten heeft hen niet verdroten. 5 Wat wert daer raenich clooster ontsloten,

Daer de boeven Christus maechdekens ontscaken. Wat isser al, die haer gelooften versaken,

Gheen werc en maken Van dat sij eens spraken?

10 Wat siet mer al aen dese dwalinghe hanghen? Waer sal dit volcxken ten eynde geraken? Sommighe op kaken,

Dander aen staken;

Na wercken sullen sij noch loon ontfangen. 15 Dit gespuys is arger dan broetsel van slangen, Sij vergeven die sielen met haren venyne;

Maer datmen nu gaet dese slimme gangen, 18 Dit comt meest al tsamen uut Luthers doctrijne.

c.

1 De Princc der duvelen is ontbonden En hij heeft sijn ingelen uut gesonden;

Maer selve heeft hij Lutherum beseten.

Hij leert de menscen leven, al warent honden. 5 Noyt arger ketter en was ghevonden,

Boven Arrium heeft hij hem ghequeten, Als thooft van alle valsce propheten.

Door sijn stout vermeten Wilt hij meer weten 10 Dan al die geweest sijn binnen dusent jaren. Augustinus scriften, vol dieper secreten,

Sy al vergheten Als out en versleten.

Ilieronimura , Ambrosium siet mon sparen ; 15 Ja sommige seggen, dat al esels waren En datse nu liggen in de helsce pyne.

Dat alle landen dus qualyc varen,

18 Dit comt meest al tsamen uut Luthers doctrijne.

9- l)

1 Men derf niet vasten, niet beden, niet vieren; Hout Luthers leere, raden die boose ghieren,

1) Zooals uit de letters boven de coupletten blijkt, zijn er enkele strofen weggelaten uit A. en B.

Sluiten